Levenskunst, filosofie & seculiere spiritualiteit/ Dries Boele

maandag 29 december 2025

Nachtwandeling

.

Nachtwandeling

Laat mij nachtwandelen

Zinken in mijn lijf

Zakken in vertrouwen 

De vertrouwdheid van duisternis 

Het donkere zwijgen van natuur 

Met overal bomen 

En soms een hertenpaar

Of een uil

Allemaal eender

En elkaars gelijken

In gedachteloos bestaan

Een Wij

Laat mij ja

Afdalen in de nacht

Blij dat ik leef

 

vrijdag 26 december 2025

In het zicht van de dood (4): Gedwongen leven in het hier-en-nu

De situatie van mijn geliefde maakt veel onvanzelfsprekend. Zo ook tijd, en met name de beleving ervan.

Heel veel is de laatste keer, en dat weten we. 

Volgend jaar kerst is geen optie meer, en zeer waarschijnlijk geldt dat ook voor komend voorjaar.

Ongeneeslijk ziek betekent een aangekondigde dood, ook al weten we niet precies wanneer.

Het advies dat mijn vriendin vaak krijgt luidt: Geniet van elke dag. Geniet zoveel mogelijk, nu het nog kan.

Ik ben het ermee eens. En toch schuurt er iets. Wat?

(Het zijn vooral vragen die ik heb.)

 

Het voelt als veroordeeld zijn tot het hier-en-nu: leven zonder uitzicht op later, zonder toekomst. Wat valt dan allemaal niet weg?

Geen plezier meer hebben in wat komen gaat.

Geen plannen meer kunnen maken.

Geen projecten meer kunnen hebben. Zoals een studie afmaken. Of een reis ondernemen, samen. Of naar een expositie of een concert.

Er is geen volgend jaar meer, of later.

Zelfs iets simpels als een vakantie zit er niet meer in.

 

Alle leven gebeurt in het hier-en-nu, en dat beleven wij mensen binnen een ver vooruit liggende horizon, een onbekende: toekomst. Hetzelfde geldt voor het verleden, in de achteruitkijkspiegel: ook dit doet mee in hoe wij het heden beleven. Kortom, wat voor en achter mij ligt in tijd doet altijd mee, ook ongemerkt. Het heet tijdbesef. 

Het maakt dat ik nooit alleen maar in het hier-en-nu leef. Dit ligt ingebed in een met herinneringen en verwachtingen geladen besef van tijd, waaraan een belevenis z’n gewicht, waarde en betekenis ontleent. Als een horizon waartegen hetgeen nu gebeurt reliëf krijgt. Tegelijk met het hier-en-nu is er die horizon; het een is er niet zonder de ander. (Je zou het een vorm van transcendentie kunnen noemen.)

 

Dit wordt des te duidelijker wanneer die horizon heel dichtbij komt te liggen, terwijl je weet dat er heel veel blijft gebeuren voorbij die sterk ingeperkte horizon. 

Pijnlijk, deze discrepantie.

 

Niets om nog naar uit te kijken.

Niets meer te verwachten.

Niets meer kunnen hopen.

 

Hoe zal een kind zich ontwikkelen, groeien, zich ontplooien?

Wat zal er van hem of haar worden?

Hoe zullen de levens die je tot nu toe hebt gekend verdergaan, zonder dat je er zelf bij zult zijn om het mee te maken?

Wat gaat er van de planeet worden?

Hoe zal het verder gaan met de wereld, dichtbij en verder weg?

 

Is er nog een reden om geïnteresseerd te zijn in wat er gaat gebeuren? In levens van anderen? Of in de wereld? – nog afgezien van de vraag hoe je eigen leven verder had kunnen gaan.

 

Moeilijk om te leven zonder enig vooruitzicht in de tijd.

Voluit leven zonder alsmaar wijkende horizon, kan dat?

 

(Vraag die ook bij mij opkomt: Zou het kunnen dat hiernamaalsconstructies – van reïncarnatie tot en met hemel – een weigering zijn om het eindige leven onder ogen te zien? – uit nood geboren... Heel begrijpelijk, deze weigering, maar getuigt zij ook van werkelijkheidszin?)

 

Ik weet ook – meer dan ooit – dat ik zal sterven. Aangezien mijn dood zich nog niet heeft aangekondigd, blijft mijn horizon zich openen. Maar wat als deze zich onverbiddelijk aan het sluiten is, zoals mijn geliefde ervaart?

woensdag 17 december 2025

In het zicht van de dood (3): Overgave

Ruim een week geleden overviel me iets opmerkelijks. Het gebeurde tijdens een nachtwandeling, nabij de hospice waar mijn geliefde verblijft. Het was aardedonker. Omgeven door bos. Tussen de kale takken was een flonkerende sterrenhemel te zien.

Ik stond stil. Ik had ruim een uur gewandeld.

(Moeilijk om de juiste woorden te vinden voor wat er gebeurde, zonder in de banaliteit van grote woorden te vervallen.)

‘Openheid’ overmande mij, niet alleen in mijn hoofd, niet-denkend, maar in mijn hele lijf. Open voor de donkere gestalten om mij heen, en voor de grond onder mijn voeten. Open voor de frisse lucht, - het was niet koud. Open voor de stilte. Open ook voor de oneindige ruimte boven mij. 

Mijn handen gloeiden. En zo ook mijn hoofdhuid. (Ik had mij uit kunnen kleden, maar niet gedaan.)

Wat in mij zonk was rust. En ontspanning, letterlijk. Mijn armen naar beneden. Elke dreiging viel weg.

De natuur was niet alleen om mij heen; ik was er deel van. Niet nodig om nog iets op afstand te houden; de afstand was vervlogen.

Het voelde als overgave. Overgave aan de krachten van de natuur. In tastbare aanwezigheid van alles.

De bomen om mij heen stonden rustig waar ze stonden. Niets bewoog. Stilte.

De overgave gaf me ademruimte, ruimte in mijn borst, terwijl ik daar stond in het aardedonker. De ruimte bracht méér dan droefheid over het lot van mijn geliefde. 

Meer dan droefheid kreeg ruimte, - alsof ik me al die tijd in een kramp had bevonden.

Overgave ook aan wat je ‘lot’ zou kunnen noemen: aan wat moet komen. Onontkoombaar. En er vrede mee hebben. (Kan dat? Ja, het kan.) Verzet loslaten, evenals de hoop dat het toch anders zal gaan. 

In plaats daarvan: me overgeven aan de loop der dingen, zonder tekst ertussen.

Moeilijk om te beschrijven wat dit allemaal deed, wat het teweegbracht.

Niet ver van de plek waar dit gebeurde lag mijn vriendin.

Ja, ik hou van haar, en dat zal zo blijven, ook na haar dood, en ook wanneer het leven andere wendingen neemt.

In de dagen erna zinderde deze gebeurtenis nog door.

Ik probeerde het intense gevoel opnieuw op te roepen, maar dat lukte niet.

Is zo’n ervaring überhaupt opnieuw op te roepen? Waarschijnlijk niet.

Wat overblijft is een herinnering. En deze is zonder enige twijfel waardevol. Eraan denken is gedenken wat zich toen opende, of openbaarde.

Ook zonder de levendigheid van de ervaring is er het effect.

Zijn rituelen ervoor om de herinnering aan een intense ervaring levend te houden?

En misschien ook om de ontvankelijkheid open te houden voor een herhaling ervan.

Zij valt niet op te roepen, noch af te dwingen of te organiseren.

De aandacht ervoor houdt de mogelijkheid open. 

Evenals berusten in de overgave, en er zijn voor mijn geliefde. 

Veel meer kan ik niet doen.

dinsdag 9 december 2025

In het zicht van de dood (2): Filosofie

Vrienden en bekenden die horen dat mijn vriendin uitgezaaide borstkanker heeft en op dit moment in een hospice verblijft, wensen ons sterkte, en soms spreken ze daarbij ook de hoop, of verwachting, uit dat filosofie tot steun zal zijn. 

Ik zou het graag willen, maar werkt het ook zo? Valt er steun te vinden in filosofie? In welk opzicht zou zij behulpzaam kunnen zijn? 

 

We voeren gesprekken over ongeneeslijk ziek zijn en doodgaan, en over alles wat ermee samenhangt. Soms indringend, soms aftastend, soms heel praktisch. En soms ook helemaal niet, - totdat we weer met de neus op de rauwe feiten worden gedrukt. 

 

Altijd is de dood wel ergens aanwezig, als een duistere onbekende: iemand die we wel verwachten, zonder te weten wanneer hij komt, of hoe. De gluiperd. Hij lijkt zich verdekt op te stellen. In afwachting. We proberen hem op afstand te houden. En tot nu toe lukt dat aardig.

 

Doet filosofie ertoe in dit morbide kat-en-muis spel?  Wat zou zij kúnnen betekenen in het zicht van de dood?

 

Is het label ‘filosofie’ wellicht een onbelangrijke bijkomstigheid? Want, waar hebben we het dan over? Is er wel een reden om een manier van doen, spreken of denken te kwalificeren als ‘filosofisch’ als leven op het spel staat?

 

Filosofie vat ik op als wijsbegeerte, - een opvatting die zo oud is als de filosofie zelf; het is immers bijna de letterlijke vertaling van het Oudgriekse woord. Wijsbegeerte – en dus niet kenbegeerte of wetenschap. Liefde voor wijsheid is niet hetzelfde als liefde voor kennis, en de vraag naar het verschil tussen beide is een mooi begin om het over wijsbegeerte te gaan hebben.

 

Als filosofie een oefening in sterven is, zoals Plato beweerde, hoe dan? In loslaten? In vrede krijgen met doodgaan überhaupt? In je verzoenen met sterfelijkheid, om te beginnen de eigen? In het vrede krijgen met doodgaan, ook wanneer je nog relatief jong bent?

 

Een vraag die zich af en toe aan mij opdringt: hoe zou ikzelf willen doodgaan? Met wat voor houding? En van daaruit: hoe wil ik dan nu leven?

 

Vragen die gemakkelijk zijn te formuleren. Maar hoe ze te beantwoorden? Of is het een kwestie van uithouden? Het uithouden van de vragen en van de onzekerheid en de pijn die ermee gepaard gaat. En kijken wat er dan opkomt.

 

Een opmerkelijke ervaring, de afgelopen maanden, sinds ik weet dat m’n vriendin langzaam aan het doodgaan is: alsof er geen tekst meer zit tussen mijzelf en de rauwe werkelijkheid van leven en doodgaan. Ook dat lijkt een pijnlijk, vruchtbaar begin: vanuit een gat in zin en betekenis, - filosofie als oefening in onvanzelfsprekendheid.