Levenskunst, filosofie & seculiere spiritualiteit/ Dries Boele

zaterdag 25 juli 2026

Waarom ‘The Odyssey’ zo’n geweldige film is én een meer dan interessante spiegel. Enkele notities

 .



Gisteravond heb ik dé film van het moment gezien, in Het Ketelhuis, een bioscoop in het Westerpark. In EYE, waar ik naartoe had gewild, was elke voorstelling van de film dagenlang uitverkocht. In de grote zaal van het Ketelhuis was meer dan genoeg plaats.

Volgens de bekende legende gaat Odysseus, na Troje ten val te hebben gebracht door een list, op weg naar Ithaka, zijn thuiseiland, waar zijn vrouw Penelope en zoon al jarenlang op hem wachten. De reis terug blijkt niet vanzelf te gaan.

 

Eerst dacht ik niet zoveel te zeggen te hebben over ‘The Odyssey’ van Christopher Nolan, behalve dat ik het een spectaculair en heel boeiend schouwspel vond, prachtig gefilmd en intelligent gemaakt, met een gelaagd en dramatisch verhaal, goed gespeeld, en geestverruimend voor zowel held als kijker. En ook prettig: clichés worden vermeden. Dat was het wel zo ongeveer, dacht ik. 

 

Totdat ik midden in de nacht wakker werd, met nog half in slaap de ene inval na de andere. Dat overkomt me zelden naar aanleiding van een film. Dus ja, ik moest er toch iets over schrijven, al was het maar om de impact goed tot mij door te laten dringen, en te verwerken wat de film allemaal bij mij opriep.

 

Waarschijnlijk zal het mensen die ‘The Odyssey’ (nog) niet gezien weinig zeggen wat ik allemaal ga debiteren. Dan hoef ik alleen maar te zeggen: ga hem zien, en we spreken elkaar daarna. Ben benieuwd hoe anderen de film hebben ervaren.

 

 

Gelaagde film over een heldenreis

 

Waarom vond ik de film geestverruimend? Laat ik beginnen met de gelaagdheid van het verhaal, - op zich al meer dan mijn gebruikelijke kijkervaring. Wat wil de film allemaal vertellen?

 

Er is sprake van een held, Odysseus, iemand die zich aan een groots avontuur waagt, een queeste. Hij weet dat avontuur tot een goed einde weet te brengen, terwijl hij onderweg veel meemaakt, beproefd wordt, moeilijkheden moet overwinnen, zichzelf moet helen, om tenslotte vijanden te verslaan die hem afhouden van een gelukkige thuiskomst. Een heldenreis dus, één die transformeert. Hij had ook rechtstreeks, via de efficiëntste route en zonder oponthoud, de boot naar huis kunnen nemen, dan was er niets gebeurd en hadden we nooit van Odysseus gehoord. (Zoals kinderen al weten, de kortste route door het leven is de saaiste.)

 

Het interessantst is uiteraard wat de held onderweg meemaakt. Wat hij meemaakt, valt op meerdere manieren uit te leggen. Het is deze gelaagdheid die het Odysseus-verhaal zo boeiend maakt, - niet alleen in de film; dat begon al in de versie van Homerus. 

 

Er is het verhaal op anekdotisch niveau: wat er gebeurt, letterlijk, van het Paard van Troje tot en met de verwoestende wraak die Odysseus neemt op de vrijers die het jarenlang hebben voorzien op zijn vrouw, Penelope, thuis, in het paleis op Ithaka, en alles wat tussen deze twee momenten gebeurt, in een periode van tien jaar.

 

Daar komt bij hoe het verhaal verteld wordt, wat wel meedoet en wat niet, wat de schepper (of scheppers) van de legende belangrijk vond om op te voeren en in welke setting. Homerus had daar een heel boek voor; Nolan moest voor zijn film keuzes maken.

 

En dan is er nog de vraag wat de hele enscenering te betekenen heeft. Dit laatste is eerst en vooral een kwestie van tonen, en niet van uitleggen. Soms worden er uitspraken gedaan die iets verduidelijken. Zoals over de tijd die Odysseus doorbrengt op het eiland Ogygia, in het gezelschap van de nimf Calypso: om verlost te worden van zijn lijden als gevolg van de verschrikkingen die hij heeft meegemaakt, voordat hij verdergaat naar Ithaka; om te helen dus. Het meeste moet je zelf opmaken uit het verhaal zoals het wordt verteld.

 

Je kunt dus op meerdere niveaus naar de film kijken. Dat kan altijd, maar meestal houden we het bij wat er op anekdotisch niveau gebeurt, zeg maar: letterlijk hoe het verhaal is opgebouwd, de verhaallijn, zonder dat we ons afvragen waarom de schepper ervan de keuzes heeft gemaakt die hij heeft gemaakt, en nog minder wat dat allemaal te betekenen heeft.

 

 

Andere kijk op mens en wereldgebeuren

 

‘The Odyssey’ nodigt uit om zich wel voorbij de anekdotische verhaallijn te begeven, eerst en vooral omdat het verhaal uit een heel andere culturele context komt dan de onze. De Odysseus-legende mag dan wel – zoals vaak wordt beweerd – aan de basis liggen van heel veel Europese kunst door de eeuwen heen, van beeldhouwwerken en schilderijen tot en met gedichten, romans en films, onze visie op mens en wereldgebeuren verschilt enorm van de levensvisie ten tijde van Homerus. Het knappe van Christopher Nolan is dat hij toch geprobeerd heeft om die Oudgriekse visie mee te nemen, of te behouden, in zijn versie van het verhaal. Hierdoor ontstaat een spiegelend contrast met wat voor ons vanzelfsprekend is.

 

Wat mij in dat spiegelende contrast het meest aanspreekt, is dat in Odysseus’ wereld niet alles draait om het individu, alsof het hele wereldgebeuren een product is van individueel handelen. Wij mensen zijn verwikkeld in een ongrijpbaar spel van grote krachten die deels ook in onszelf huizen. Driften, behoeften, verlangens, hartstochten en herinneringen: we hebben er nauwelijks macht over. Om er niet helemaal speelbal van te zijn, kan iemand – het is nooit een collectief proces – proberen er enig inzicht in te krijgen, zodat hij er anders mee omgaat. Dat vergt een transformatie, en dat is precies wat er gebeurt met Odysseus op zijn reis naar Ithaka!

 

Driften, behoeften, verlangens, hartstochten en herinneringen zijn geen krachten die zich beperken tot het individu. Zij maken deel uit van een veel groter, omvattender krachtenspel. En dat krachtenspel is divers en wordt in z’n diversiteit getooid met een scala aan namen en gestalten: menselijke vijanden (Troje), mensenmassa’s, natuur, monsters (de Cycloop, Scylla en Charybdis, e.a.), goden (Poseidon, Zeus, Athena etc.). 

 

Het verhaal van de Odyssee en zijn metgezellen laat zien hoe we meegesleurd kunnen worden in een groter krachtenspel, met krachten die wel genoemd kunnen worden en waar ook voor gewaarschuwd kan worden, maar die machtiger zijn dan een individuele wil of inzicht. Veel is voorspelbaar en zou vermeden kunnen worden, en toch gebeurt het.

 

Hoe zich bewust te worden van de immense krachten die ook in ons huizen en tegelijk veel groter zijn dan elk van ons? Hoe die onzichtbare krachten toch zichtbaar en bespreekbaar te maken? Kan dat anders dan door ze te personifiëren en door er namen aan te geven? 

 

Dat de goden erbij worden gehaald in het verhaal, ook in Nolan’s film, is dus niet simpelweg een reliek uit het verleden, om te laten zien dat het om een Oudgriekse legende gaat. Er is meer. De goden staan voor een visie op de werkelijkheid waarin wij mensen niet alles voor het zeggen hebben, ook niet wanneer we ons verstand gebruiken. (In welke termen zouden wij dat kunnen doen? Het onbewuste?)

 

 

Levensverhaal én metafoor

 

Wat ik zelf het lastigste vond, is om die omslag te maken: van verhalen die louter en alleen draaien om personen en hun lief en leed, naar een verhaal (zoals de Odyssee) waarin het óók om personen gaat, maar niet alleen. 

Het verhaal van Odysseus kan begrepen worden als het levensverhaal van een oorlogsveteraan, maar is óók een metafoor voor een heldenreis waarin iemand een transformatie doormaakt. 

Het verhaal van Penelope, de echtgenote van Odysseus, kan begrepen worden als het levensverhaal van een vrouw die jarenlang moet wachten op de terugkomst van haar echtgenoot die ergens ver weg een klus te klaren heeft, maar is óók metafoor voor een grote liefde waar zij trouw aan wil blijven en een liefde die meer omvat dan de band met haar geliefde; ook de gemeenschap waar zij toe behoort doet mee in optima forma (Penelope is immers koningin en dus niet zomaar iemand). 

En zo kunnen alle personages en hun wederwaardigheden worden geduid: zowel letterlijk als metaforisch; ze staan ergens voor.

Hetzelfde geldt voor de gebeurtenissen: zij spelen een eigen rol, en zijn niet louter een product van individuele beslissingen. 

 

Het verhaal van Odysseus is veel meer dan een verhaal over het wel en wee van een individu, zijn moed, avontuurlijkheid, wraakneming, tot en met hereniging met zijn geliefden. Wie zo naar de film kijkt, blijft steken in de kijkwijze waartoe de gemiddelde Hollywoodfilm uitnodigt.

 

Een kleine terzijde. Het filmverhaal deed me denken aan dat van Harry Potter: vol onwaarschijnlijkheden en toch kon ik er als kijker helemaal in meegaan. Sinds lang zag ik weer eens een film die voluit geloofwaardig was in z’n ongeloofwaardigheid (want niet realistisch). Ook begreep ik hoe verhalen waarin realisme en metaforische vertelling hand-in-hand gaan en voluit tot de verbeelding kunnen spreken, - iets wat ze millennia lang hebben gedaan, en nog steeds dus. (Zijn wij nog in staat om verhalen, personages en gebeurtenissen metaforisch op te vatten? Gewend zijn er niet meer aan.)

 

Wat mij zeker ook aanspreekt is dat Odysseus geen smetteloos personage is, heilig en voluit deugdzaam (zoals een Jezus of een Boeddha). Hij maakt inschattingsfouten, liegt en bedriegt wanneer het uitkomt, begaat misstappen. En leert ervan. Een held naar mijn hart! Onderhevig aan grote, overstijgende krachten, ook in hemzelf, een verwarrende kluwen, en toch ook in staat tot een zekere mate van vrijheid, gaandeweg veroverd op het lot.

 

 

Tot slot

 

De film heb ik ervaren als kennismaking met een andere kijk op mens en wereldgebeuren, en aldus geestverruimend. Met de bril die de film me doet opzetten, ziet het wereldgebeuren – bijvoorbeeld nu in het Midden-Oosten – er anders uit. Individuen en hun beslissingen doen ertoe, zeker wanneer ze machtig zijn, maar er speelt meer.

 

Heel veel aspecten van het filmverhaal zijn herkenbaar in het leven van nu. Niet letterlijk, alsof iets nu Troje of Ithaka zou zijn, of iemand Odysseus. Wel de thema’s.


Ook wat aan het einde van de film wordt gesuggereerd vond ik niet onbelangrijk: beschavingen komen, bloeien en raken in verval, en tegelijk zijn er altijd ook weer regeneratieve krachten die voor vernieuwing zorgen. Helden als Odysseus staan symbool voor dergelijke krachten. Hun reis is er een van de nodige transformatie.

Het gebeurt niet vaak, maar The Odyssey is een film die boven zichzelf uitstijgt: hij geeft een mogelijke verbeelding van een verhaal dat nog veel vaker, en ook anders verteld kan worden. (Hopelijk gaat dat ook gebeuren.)

 

Petje af voor deze grootse en intelligente film. En moedig van de filmmaker om het verhaal neer te zetten zoals hij heeft gedaan. 

Een verhaal dat op spectaculaire wijze aanspreekt, en tegelijk ook diepere betekenislagen in zich bergt.

De film doorbreekt de heersende neiging om louter op individuen te focussen. Wat mij betreft heel erg welkom, deze andere kijk op mens en wereldgebeuren. 

 

Nogmaals, de film was voor mij een geestverruimende ervaring. Hij nodigde uit tot beschouwing, reflectie en zelfonderzoek. Opvoedend ook, minstens in anders kijken. Wat mij betreft mag de film alle mogelijke Oscars winnen.

 

Zoals gezegd, deze bespiegelingen zijn waarschijnlijk slechts betekenisvol tegen de achtergrond van de film. Dus ja, ik zou zeggen: ga hem zien!

 

Waarschijnlijk zal ik bij een tweede keer nog weer andere dingen zien. Binnenkort opnieuw naar The Odyssey dus!































 

woensdag 15 juli 2026

BLIJF, MIJN BESTE! BLIJF! (Het klimaat kan wachten.)

 .

BLIJF, MIJN BESTE! BLIJF! (Het klimaat kan wachten.)

 

Blijf vooral!

Blijf net doen alsof er niets aan de hand is!

Blijf vliegen, wanneer je maar wilt!

Blijf ‘going with the flow’, zonder na te denken!

Blijf vlees eten, zoveel als je wilt!

Blijf beleggen in oliewinsten!

Blijf stemmen op partijen waarvoor klimaatverandering slechts een kostenpost is, of een lastpost!

Blijf willen dat eerst anderen er iets aan moeten doen!

Blijf bezwaar maken tegen stikstofbeleid en milieuwetten!

Blijf boeren steunen die slim genoeg zijn om niet verder te kijken dan hun eigenbelang!

Blijf in het hier-en-nu leven, zo spiritueel mogelijk, zonder te denken aan morgen!

Blijf met niets anders rekening houden dan met je eigen welzijn en geluk; je hebt er recht op!

Blijf het journaal uitzetten, dan gebeurt er ook niets!

Blijf geloven in een hiernamaals of een volgend leven, waar zou je je druk over maken!

Blijf het leven op aarde veronachtzamen, als jij maar ‘goed’ en ‘mooi’ leeft!

Blijf consumeren, zoveel mogelijk, goed voor de economie, toch?

Blijf het lot van dieren wereldwijd negeren, zolang jij je poes maar kunt aaien!

Blijf vooral doen wat je tot nu toe deed, niets mis mee!

Blijf je kinderen en kleinkinderen opschepen met jouw onnadenkendheid; ze zullen er blij mee zijn!

Blijf geloven dat klimaatverandering nepnieuws is, bangmakerij, en louter een verzinsel van mensen die er munt uit willen slaan!

Blijf vinden dat wij mensen er niets mee te maken hebben!

Blijf aardig voor elkaar, niemand kan er immers wat aan doen!

Blijf vertrouwen op een hogere macht, de regering of God; zij hebben het beste met ons voor!

Blijf het allemaal erg vinden wat er gebeurt, maar zonder er iets aan te verbinden!

Blijf pappen en nathouden, het gaat allemaal weer over!

Blijf het wereldgebeuren vanzelfsprekend vinden; zo gaat het nu eenmaal!

Blijf denken: het komt wel goed!

Blijf hangen in wijsheden uit het verleden, ook filosofische, want niets nieuws onder de zon, toch?

Blijf ook hard werken – voor wie of wat? Toekomst? Nog nooit van gehoord!

En blijf vooral lachen, er is niets aan de hand!












zondag 12 juli 2026

O KIKKERS !

 . 

O KIKKERS !

 

Onzichtbaar

Tussen nachtelijk riet en waterlelies

In de ommuurde vijver

Bij de voormalige gashouder

Galmt het kwaken van kikkers

Zonder pauze en door elkaar


Waar blijven de vrouwtjes

Waar verblijven zij

Tijdens het lokroepen


Of is het een kwetteren

Een wedstrijdje tetteren

Gezellig kwekken 

Op z'n kikkers

In een zompig modderbad


Grm 

Even is het rustiger

Met hier en daar 

Een klein, kalm kwaakje


En dan weer gaat het los

Het tijdloze concert

Met mij op de eerste rij


Kikkers weten van geen ophouden

Ook vanavond

Zomerse weldaad voor mijn oren


woensdag 8 juli 2026

AMOR FATI. Ochtendmeditatie, of: oefening in verwondering

 .

Dit gedicht draag ik op aan Jaël, mijn overleden geliefde, ter nagedachtenis aan haar die mij, met haar, van het leven nog meer deed houden.

 


AMOR FATI

Ochtendmeditatie, of: oefening in verwondering 

 

De doden groet ik, blij dat ik nog leef!

De aarde groet ik, blij dat ik leef!

Bomen, bloemen en vogels groet ik, blij in leven te zijn!

Geliefden, vrienden en familie groet ik, blij met jullie! 

De zon en de maan groet ik, blij in leven te zijn!

De wereld groet ik en alles wat er gebeurt, blij dat ik leef!

De sterren en alles wat bestaat groet ik, blij in leven te zijn!

Het verleden groet ik en wat geweest is, blij dat ik nog leef!

Het hier en nu begroet ik voluit, blij in leven te zijn!

Geschiedenis begroet ik en wat er nu van te merken is, blij dat ik leef! 

De toekomst begroet ik en wat mogelijk is, blij dat ik nu leef!

Het menselijk genie begroet ik en wat het vermag en voortbrengt, blij in leven te zijn!

De liefde begroet ik, evenals de hoop, blij dat ik leef!

Mijzelf begroet ik, blij te leven!

Alles en iedereen begroet ik, blij met het leven!

 


(Laatste deel van elke zin is variabel. Ook volgorde kan wisselen. Of een selectie.)

 

maandag 6 juli 2026

Het onbewuste als vraag

 .

Wat te verstaan onder ‘het onbewuste’?

Het blijkt een begrip met meerdere invullingen. *)

Aangezien ik niet precies kan zeggen wat ‘het onbewuste’ is, zou ik het voorlopig zo breed mogelijk willen onderzoeken.  

Laat ik aangeven wat voor mij de meest betekenisvolle invulling is.

 

Uitgangspunt: ik ga uit van geest-lichaam als een geheel. Ik zie geen reden om dat geheel uiteen te leggen in twee aparte delen. Ik ervaar mijzelf niet als een tweeheid, noch zie ik hoe beide delen op elkaar zouden kunnen inwerken als zij radicaal verschillend zouden zijn.

 

Algemeen gezegd vat ik ‘het onbewuste’ op als al datgene wat meedoet in mijn dagelijks functioneren zonder dat ik me er bewust van ben.

Wat komt dan in aanmerking?

 

Het kan iets betreffen dat nooit bewust is geweest (zoals het functioneren van tal van organen en lichaamsdelen).

Het kan iets betreffen dat soms wel bewust wordt, en vaak ook niet (zoals lustgevoelens).

Het kan iets betreffen dat wel bewust zou kunnen worden, maar tot nu toe ongedacht is gebleven (zoals allerlei aannames).

Het kan iets betreffen dat niet meer bewust is, of soms wel, maar meestal niet (zoals gewoontes en een groot deel van mijn herinneringen).

Het kan iets betreffen waarvan ik mij bewust kan worden in de vorm van dromen.

Het kan potentieel betreffen dat ik tot nu toe niet heb aangesproken of geactualiseerd.

Het kan iets betreffen dat niet meer bewust is, want verdrongen (zoals onderdrukte verlangens, pijnlijke of onverwerkte ervaringen).

Het kan de bron betreffen van invallen, verrassende ingevingen en creatieve impulsen, zonder dat ik een idee heb waar ze vandaan komen of hoe ze ontstaan. Hetzelfde geldt voor intuïtie en inzichten.

Het kan gemoedstoestanden en stemmingen betreffen die vaak onbewust blijven en die soms mij bewust worden, als gevoelens van vertrouwen en genegenheid, bijvoorbeeld.

Het kan het gewaarzijn betreffen waarmee ik mij bewust ben van het een en ander en er aandacht aan geef. Meestal ben ik mij van dit gewaarzijn niet bewust.

 

Misschien valt er nog meer te noemen. Dit is waar ik nu aan denk bij ‘het onbewuste’, uitgaande van bovengenoemde omschrijving, namelijk: al datgene wat meedoet in mijn dagelijks functioneren zonder dat ik me er bewust van ben.

 

Het geheel dat ik ben is dus een complex gebeuren dat slechts voor een (klein) deel bewust is, en dat onbewust uit tal van aspecten, facetten en dimensies bestaat.

 

Eigenlijk vreemd dat we doorgaans zo weinig aandacht besteden aan het onbewuste, ook in onze zelfopvatting, als antwoord op de vraag wie en wat ik ben. En het wordt nog vreemder wanneer we onze zelfopvatting laten samenvallen met alleen datgene waarvan we ons bewust zijn, - terwijl dat slechts een (klein) deel is van heel ons functioneren als geest-lichaam. (En hetzelfde vraagteken kan gezet worden bij hoe wij al het niet-menselijke menen te kennen.)

 

De vraag is vervolgens: als al het bovengenoemde gerekend kan worden tot ‘het onbewuste’, wat ervan dan aandacht te geven en te onderzoeken? En: hoe? En ook: waartoe?

 

....

 

*) Met name sinds de 19de eeuw heeft een aantal denkers zich over ‘het onbewuste’ gebogen, met elk een andere opvatting. Te denken valt aan filosofen als Schelling en Schopenhauer, en natuurlijk in de psychoanalyse: Freud, Jung en Lacan.

 

vrijdag 3 juli 2026

Het moderne ik: kritisch, creatief en onbewust. Enkele notities

.

Wie zijn wij? Wat voor Ik domineert in het beeld dat wij van onszelf hebben? En wat betekent het voor menswording?

 

De emergentie van de moderne subjectiviteit – Descartes, Kant – is een gebeuren dat qua levensbetekenis nauwelijks valt te overschatten. Zij heeft ongekende gevolgen gehad. Met name: in het ontstaan en cultiveren van het kritische en creatieve ik. (Niet dat andere aspecten – zoals het sociale Ik – onbelangrijk zijn, maar zij zijn niet kenmerkend voor de zelfervaring van de moderne mens.)

 

Het is niet overdreven om te stellen dat het kritische en creatieve Ik in premoderne tijden niet hoog op de culturele agenda stond, noch dat het gestimuleerd werd. Als het zich al manifesteerde, dan werd er niet de waarde aan gehecht die wij er ondertussen wel aan hechten. (En op tal van plekken buiten het Westen lijkt dat nog steeds het geval.)

 

De moderne subjectiviteit-in-wording heeft veel overhoopgehaald, en nog steeds. Dat geldt voor filosofie en voor tal van andere cultuurdomeinen: van de kunsten tot en met religie en spiritualiteit. Ook economie en het politieke leven (in brede zin) zijn erdoor getransformeerd, om maar te zwijgen over moderne media.

 

In ons deel van de wereld is het kritische en creatieve Ik dagelijks brood geworden. Een cultureel gebod: gij zult kritisch en creatief zijn. Misschien dat niet iedereen naar dit gebod leeft, maar we hebben er wel weet van, als maatstaf of als ideaal.

 

Vraag is of het potentieel van de moderne subjectiviteit voluit wordt aangesproken wanneer we ons focussen op het kritische en creatieve Ik.

 

Wie met enige afstand naar onze (Westerse) situatie zou kijken vanuit cultureel-historisch perspectief, zou een derde aspect ontwaren, ook al lijkt het een leven apart te leiden, namelijk: aandacht voor het onbewuste.

 

Het onbewuste, als dimensie van het menselijk functioneren, wordt onderwerp van (zelf)onderzoek in dezelfde tijd als dat het kritische en creatieve Ik zich cultureel breed ging maken, met name in de 19de eeuw. (Om er enkele namen aan te hangen, denk aan Schelling en Schopenhauer, en later Freud, Jung en Lacan. En in de kunsten het surrealisme en het horror-genre.)

 

Wat betekent het dat zowel het kritische en creatieve Ik, als ook het onbewuste tot het culturele landschap zijn gaan behoren? En: is er een verband? Heeft het een met het andere te maken?

 

Menen dat het kritische en creatieve Ik het onbewuste heeft voorgebracht, is te veel gezegd. Voordien was het onbewuste wellicht niet afwezig, maar het bleef beneden de aandachtsdrempel. Het was geen thema. Sinds de 19de eeuw is dat wel het geval. Hoe komt dat?

 

Andere optie zou kunnen zijn dat het kritische en creatieve Ik de vanzelfsprekendheid van ons zelfbeeld dermate heeft verstoord dat het onbewuste zich is gaan roeren en de aandacht op zich is gaan vestigen, zoals een schaduw die pas gaat opvallen wanneer iets in het volle licht komt te staan.

 

Hoe het ook zij, beide zijn nu aan de orde van de dag, ook al verkeren ze vaak niet in hetzelfde kamp. In filosofie, bijvoorbeeld, is de aandacht voor het onbewuste nog steeds marginaal. Het wordt als onderwerp vooral aan psychologie en meer nog aan de psychoanalyse gelaten. Terecht?

 

Wanneer we het onbewuste serieus nemen als onderdeel van de menselijke zelfervaring, duiken er enkele vragen op.

 

Over wat voor mens hebben we het, wanneer we erkennen dat ook het onbewuste meedoet?  We blijken méér te zijn dan denkende organismen. En als ik méér ben dan ik denk, hoe dat ‘meer’ dan mee te nemen in de opvatting over onszelf, over menszijn?

 

En in het verlengde hiervan: over wat voor werkelijkheid hebben we het eigenlijk als zij niet voluit kenbaar is? Kun je dan nog beweren dat alleen dát werkelijk (voor ons) is wat helder en onderscheiden gedacht kan worden? 

 

Het lijkt me moeilijk vol te houden om te (blijven) menen dat alle werkelijkheid redelijk is, noch dat denkbaarheid voldoende is, willen we de geleefde werkelijkheid recht doen.

 

Anders gezegd: als een substantieel deel van ons functioneren onbewust is, hoe kunnen we dan menen dat we onszelf en daarmee de hele werkelijkheid kunnen kennen? Of: dat het voldoende is om ons te beperken tot wat kenbaar is?

 

Wil filosofie, opgevat als wijsbegeerte, wijzer worden over menszijn, over in-de-wereld-zijn en over het bestaan-in-het-groot en onze plaats erin, dan zal zij zich er iets van moeten aantrekken dat een fors deel van onze zelfbeleving (en daarmee van de werkelijkheid) zich onttrekt aan discursief denken. 

 

Vraag wordt dan: hoe aandacht te besteden aan het onbewuste als deel van de beleving van onszelf en van de werkelijkheid? En hoe dit te laten samengaan met het kritische en creatieve Ik?

 

En om het naar een ethisch niveau te tillen: wat zou er gebeuren als iedereen zich zou ontwikkelen volgens het principe van moderne subjectiviteit in brede zin: niet alleen kritisch en creatief, maar ook met aandacht voor het onbewuste?

 

vrijdag 26 juni 2026

Mensentrots!

 .

Wat we gemakkelijk vergeten: er bestaan stofjes – ‘mensen’ geheten – op een iets groter stofje – ‘aarde’ geheten – die in staat zijn om zich een voorstelling te vormen van dat kolossale geheel – ‘heelal’ geheten – waarvan leven-op-aarde niet meer is dan een uiterst minuscuul onderdeel. In staat ook om dit alles te onderzoeken en er zich gedachten over te vormen, inclusief de eigen plaats erin, en zich de vraag te stellen naar zin en betekenis van dit alles, - iets wat geen enkel ander wezen in de kosmos óók doet, noch de kosmos zelf. 


Kortom: reden tot trots! Mensentrots! – en ja, dat brengt een verantwoordelijkheid met zich mee, een immense, minstens voor de eigen biotoop, de aarde.


De situatie waarin we leven lijkt eerder op het tegendeel: mensvergetelheid, en met gevolgen. We doen net alsof hetgeen ons overkomt, zoals klimaatverandering, een gebeuren is dat aan onze macht ontsnapt, terwijl we er zelf de hand in hebben: in het ontstaan ervan, en dus ook in wat eraan gedaan kan worden.

 

Het menselijk genie is enorm. Kijk naar de artistieke prestaties die het voortbrengt. Kijk naar de religies die we hebben gecreëerd. Kijk naar de wereld die we van de aarde hebben gemaakt. Wat zou er zonder de mens allemaal niet zijn!


Doen alsof wij het niet zelf zijn die dit allemaal in het leven hebben geroepen kan tamelijk gevaarlijk zijn, en een bedreiging voor ons voortbestaan. In ieder geval is het onverantwoord. 


Dus laten we beginnen met trots te zijn op onszelf en waartoe we in staat zijn