Levenskunst, filosofie & seculiere spiritualiteit/ Dries Boele

zondag 20 september 2026

Heeft toekomstgerichte filosofie een metafysica nodig? Enkele notities

 .

0.

In reactie op mijn stuk over een Nieuwe Spiltijd (1), schreef Arnold Ziegelaar:

‘Voor ons als filosofen dienen we te beginnen met de eerste filosofie: metafysica. Alle cultuurfilosofie, politieke of religieuze filosofie is gefundeerd in metafysische opvattingen over de werkelijkheid en mens. Ook utopisch denken, waarvan ik een voorstander ben omdat het idee, het verlangen, en de ervaring van de utopie in de menselijke ziel leeft, kan niet zonder metafysica, anders wordt het wensdenken.’

 

Met Arnold ben ik het eens dat utopisch denken gemakkelijk blijft steken in wensdenken. De vraag is dan of een metafysica nodig is om dat te voorkomen.

 

Ten eerste zij opgemerkt dat denken over een Nieuwe Spiltijd wat mij betreft niet zozeer utopisch is als wel een heuristische hypothese (zoals ik in een ander stuk (2) heb proberen duidelijk te maken), - maar beide kan ook. 

 

Dan nog blijft de vraag overeind of een metafysica nodig is om een ‘cultuurfilosofie, politieke of religieuze filosofie’ te funderen. 

 

Ik heb vooral nagedacht over de vraag wat metafysica nu nog zou kunnen betekenen, en dan met name met het oog op een filosofie die toekomstgericht is, in plaats van gevangene te blijven van filosofie waarvan de parameters ooit zijn vastgesteld, in een verleden dat niet meer matcht met onze tijd. Nadenken over deze vraag heeft geresulteerd in een aantal notities.

 

 

I.

Metafysisch denken: waarom? Waartoe? Welke menselijke behoefte of verlangen wordt geadresseerd met het beoefenen van metafysica? Wat is de existentiële relevantie ervan?

 

 

II.

Met de vraag naar metafysica zitten we midden in de thematiek van de Spiltijd zelf. Immers, metafysica is een ‘uitvinding’ van het Griekse denken, - ontstaan ten tijde van de eerste Spiltijd dus. Als een nieuwe Spiltijd een fors vraagteken zet bij alles wat de vorige heeft voortgebracht, dan valt de metafysica daar dus ook onder. 

De menselijke conditie is sinds de tijd van de Grieken grondig gewijzigd, zeker in vergelijking met nu, nu klimaatverandering en digitale revolutie maken dat we als mensheid in een ongekende en diepgaande transformatie verkeren. 

Hoezeer is het metafysische denken, door de eeuwen heen ontwikkeld, nog doortrokken van die eerdere, nu verouderde ‘staat van geest’ of ’zit in het leven’? En als dat zo is, is het dan nog wel geschikt voor ons, nu? (3)

Een herbronnen en een herijken lijkt meer dan nodig!

 

 

III.1

Hoe niet ongemerkt een levensvisie en een wijze van denken overnemen waarmee we nu aan het breken zijn, waar we door veranderde omstandigheden afscheid van nemen, en die we achter ons willen laten, willen we optimaal openstaan voor wat aan het gebeuren is en voor wat komen gaat?

 

III.2

Menen dat filosofie ook nu nog een metafysica nodig heeft: is de kans dan niet groot dat we doorgaan met vragen en denkwijzen die wellicht lange tijd als zinvol werden ervaren, maar nu niet meer? Betekent het niet ongemerkt een voortbouwen op uitgangspunten die stammen uit lang vervlogen tijden? (4)

 

 

IV.

Nogmaals: als we nu (nog) van metafysica willen spreken, over wat voor metafysica hebben we het dan? Met wat voor vragen zou zij zich nu bezig kunnen houden? Met dezelfde vragen als waarmee zij begon, bij de Grieken? Zijn hun vragen ook nog de onze?

 

 

V.

Opvallend is dat de afgelopen millennia de meeste filosofen niet apart werk hebben gemaakt van een ‘metafysica’, - wat niet betekent dat zij geen aandacht hebben besteed aan metafysische kwesties. Wat zijn kwesties die aangemerkt zouden kunnen worden als ‘metafysisch’?

Bij de ‘stichter’ van deze filosofische discipline, Aristoteles, is de naam ‘metafysica’ pas achteraf gegeven aan een deel van zijn werk; zelf noemde hij het ‘eerste filosofie’. Wat voor soort denken komt in aanmerking voor ‘eerste filosofie’?

 

 

VI.

Wat te verstaan onder ‘metafysica’?

Doorgaans wordt metafysica voorgesteld als denken over het zijn als geheel, over oorzaken of beginselen van waaruit dat geheel te begrijpen valt, over een mogelijk fundament dan wel oorsprong, en eventueel: doel. Breed gezegd: wat kan er gezegd worden over het zijn als geheel in fundamentele zin? Dit denken werd van belang geacht om het denken over mens en wereld een solide basis te geven.

In hoeverre is zo’n denken ook nu van belang?

 

 

VII.

Als met metafysica bedoeld wordt: nadenken over een ‘eerste oorzaak’ – zoals Aristoteles deed en velen na hem -, dan roept dat ondertussen vragen op. 

Want, is er wel sprake van een ‘eerste oorzaak’? Waarom niet meervoudig veroorzaakt? Of onveroorzaakt? Is ‘eerste oorzaak’ misschien een fictie die terugverwijst naar degene die zich de vraag ernaar stelt?

Ruimer: vanwaar de vraag naar oorzakelijkheid? Is de vraag nog wel een betekenisvolle? Is zij wellicht uitdrukking van een ‘staat van geest’ of ’zit in het leven’ die goed voorstelbaar is in het oude Griekenland en de eeuwen erna, maar nu niet meer relevant? 

 

 

VIII-1

In veel metafysica – m.n. vóór Kierkegaard en Nietzsche – wordt een eenheid van denken en zijn verondersteld. Is een dergelijke eenheid nog vol te houden? Of is het zijn een denkconstructie? En als dat zo is, is er dan ook nog een anders-dan-zijn?

 

VIII-2

Als het zo is dat denken en zijn geen eenheid vormen, of dat er een onderscheid gemaakt dient te worden tussen zijn (als denkconstructie) en anders-dan-zijn, heeft het dan zin om erover na te denken?

 

 

IX-1

Is metafysica: zich vragen stellen over de ‘aard van de werkelijkheid’? Vanouds betekent het dat er dan gevraagd werd naar een ‘wezen’ van alles en/of van de dingen; naar de verhouding tussen geest en materie; naar de verschijnende werkelijkheid, als onderscheiden van hetgeen waarvan zij de verschijning is; naar het doel van alles, ervan uitgaande dat zo’n doel er zou moeten zijn, etc. Vraag is: zijn deze vragen nog wel aan de orde? 

 

IX-2

Lange tijd was de vraag naar de ‘aard van de werkelijkheid’ verbonden met de vraag naar de ‘zin van het leven’. Het antwoord op de ene vraag was hetzelfde als, of verwant aan, het antwoord op de andere, en metafysica had (ook) als taak om deze samenhang te vinden en te verantwoorden. (5)

Vraag is: is een dergelijke samenhang nog denkbaar? Kan er nog wel een verbinding worden gelegd tussen ‘de aard van de werkelijkheid’ en de ‘zin van het leven’?

De moderne wetenschap begon met zich niet langer druk te maken over het wat (‘wezen’), waarom (‘grond’) en waartoe (‘doel’) van dingen en gebeurtenissen, om zich toe te leggen op het hoe: hoe functioneert iets, volgens welke regel- of wetmatigheden? Deze aanpak is zeer succesvol gebleken. 

De vraag naar het wat, waarom en waartoe van dingen en gebeurtenissen stellen we ons nog steeds, maar is losgekoppeld geraakt. Is er dan nog een taak voor de metafysica? In ieder geval dient die taak grondig te worden doordacht. 

 

IX-3

Wat heeft de moderne wetenschap veranderd aan het stellen van vragen die vanouds ‘metafysisch’ heten te zijn? Wat is er verschoven, dan wel onnodig geworden, door moderne wetenschap?

Anders gezegd: als het gaat over de ‘aard van de werkelijkheid’, welke vragen roept dat dan nu op? En eerder nog: vanwaar die vragen? Waarom stellen we ze? En waartoe? En wat, welke behoefte of welk verlangen, zou een antwoord op die vragen tevreden moeten stellen? (Louter intellectuele nieuwsgierigheid? Prima, maar is dat voldoende voor filosofie, opgevat als wijsbegeerte?)

 

IX-4

Is de link tussen onderzoek naar ‘de aard van de werkelijkheid’ en de vraag naar de ‘zin van het leven’ helemaal verleden tijd? Of komt het aan op een her-denken, op een opnieuw de vraag stellen, maar dan anders?

 

 

X-1

Nogmaals. Metafysisch denken: waarom? Waartoe? Welke menselijke behoefte of verlangen wordt geadresseerd met het beoefenen van metafysica? Wat is de existentiële relevantie ervan?

 

X-2

Wanneer metafysica niet louter rechtvaardiging en onderbouwing is van een bepaalde levensvisie, maar ook verband houdt met de vraag naar de ‘zin van het leven’, dan blijven existentieel relevante kwesties van belang. Welke? Kwesties die gelieerd zijn aan het zijn als geheel?

 

 

XI.1

Behalve dat metafysica, als ‘eerste filosofie’, bedoeld was als fundering, kan ook gekeken worden naar de effecten ervan. Filosofie opgevat als wijsbegeerte, als ‘weg’ om te gaan, met levenskunstige of spirituele werking. Wat is – of was – de (beoogde) uitwerking van het beoefenen van een ‘eerste filosofie’?

 

XI.2

Is filosofie een metagebeuren, nadenkend over wat elders gebeurt of gedaan wordt? Is zij ‘methodisch’? – zoals de Griekse oorsprong van het woord aanduidt: meta-hodos, met ‘meta’ in een andere betekenis dan ‘na’: over de weg, de weg betreffend. Of is filosofie een ‘weg’ zelf?

 

 

XII-1

Er is noodzaak om zelfbetrokkenheid te doorbreken, ook in denken, maar moet dat door metafysica? Zou kunnen. Maar hoe?

 

XII-2

Nu, net als eerder, is er de noodzaak om al te eenzijdige zelfbetrokkenheid te doorbreken. Daar zijn allerlei goede redenen voor te noemen, waar ik nu niet op in zal gaan. 

Dit doorbreken van zelfbetrokkenheid gebeurde ook in de metafysica, en wel in de naam van transcendentie, oftewel overschrijding. 

Voor ‘transcendentie’ geldt hetzelfde als voor ‘metafysica’: zij is getekend door een eeuwenoude invulling die misschien niet meer geëigend is voor deze tijd. In ieder geval noopt het uitgaan van een Nieuwe Spiltijd tot het bevragen van deze begripsgeschiedenis. 

Plus de vraag of metafysica – in welke vorm ook – (nog wel) het geëigende traject is om transcendentie te laten geschieden.

 

XII-3

Eerder werd in verband met transcendentie al snel uitgegaan van een onderscheid tussen natuurlijk en bovennatuurlijk. Is het nodig om dit onderscheid te blijven maken in verband met transcendentie? Of kan er ook sprake zijn van transcendentie zonder onderscheid te maken tussen natuurlijk en bovennatuurlijk? De vraag is: wat wordt overschreden, van waaruit en waarheen?

 

 

XIII.

Metafysica als ‘weg’ naar een ultieme rustplaats voor een rusteloze geest? – misschien. Misschien zijn er meerdere van die ‘wegen’, innerlijke en naar buiten gerichte. Wat zou voor die rust kunnen zorgen? (Er bestaat zoiets als metafysisch lijden of ongelukkig zijn, zoals er ook metafysisch verlangen bestaat.)

 

 

XIV-1

Wil metafysica de deur op een kier zetten naar het bestaansmysterie? Als dat één van haar taken is, hoe kan zij de hedendaagse mens dan tot aandacht ervoor verleiden? Met welke middelen? (Eerdere denkwegen lijken wat dat betreft niet langer effectief (6).)

 

XIV-2

Zou metafysica niet ook ruimte moeten bieden aan ervaringen die doorgaans worden bestempeld als ‘mystiek’? Idem dito wat betreft ervaringen die verband houden met het gebruik van psychedelica. 

Niet zelden hebben dit soort ervaringen – zowel de mystieke als de psychedelische, zonder ze aan elkaar gelijk te willen stellen – een geestverruimend en zingevend effect, eventueel in afgeleide zin. 

Hoe deze ‘buitengewone’ ervaringen en hun effect te duiden? Wat hebben ze te betekenen voor het verstaan van onszelf en van de werkelijkheid waarin wij leven? Wat zijn de implicaties en consequenties ervan?

(Gaat het te ver om genoemde ervaringen aan te duiden als ‘metafysisch’? In ieder geval lijken ze niet zonder metafysische gevolgen.)

 

XIV-3

Wat betreft het opdoen van buitengewone ervaringen, en wellicht van ervaringen überhaupt, blijft de vraag: wat vermag een tekst? Wat vermag denken? Kan het méér dan attent maken op en evoceren, eventueel in de stemming brengen voor?

 

 

XV-1

Als met ‘metafysica’ bedoeld wordt: nadenken over de betekenishorizon, of het existentiële referentiekader, waarbinnen een en ander zin en betekenis krijgt, dan is dat een kwestie die nog steeds relevant is, met name wanneer we de bestaande, of heersende betekenishorizon aan een kritisch onderzoek zouden willen onderwerpen, of hem zelfs zouden willen vervangen, - wat het geval is bij het introduceren van een ‘Nieuwe Spiltijd’.

 

XV-2

Willen we dit (kritisch) nadenken over betekenishorizon blijven doen in naam van ‘metafysica’, dan zal ook alles moeten worden meegenomen wat eerder met ‘metafysica’ werd geassocieerd. Een complexe, zelf-reflectieve operatie. Is het dan wel handig om de term ‘metafysica’ te willen handhaven? (Of is er reden om dat juist wel te doen: denken dat uit z’n eigen voegen barst en aldus de geest verruimt?)

 

 

XVI-1

Tenslotte: metafysica, of ‘eerste filosofie’, als rechtvaardiging voor denken over mens en wereld. Waarop baseer je je? Vanuit wat voor levensvisie worden uitspraken gedaan over de onderwerpen waarover men wil filosoferen? 

Vanaf het begin van de filosofie zijn haar beoefenaren zich ervan bewust dat geen enkel spreken onschuldig is. In elk spreken wordt het een en ander verondersteld, en het is zaak om deze vooronderstellingen te expliciteren en te doordenken op geldigheid en houdbaarheid, of minstens: om zich er bewust van te zijn.

Dit zelfbewustzijn van de rede is met de tijd alleen maar toegenomen.

 

XVI-2

Ook nu dient een filosofie zich te rechtvaardigen, om zich aannemelijk te maken en om zich te verdedigen tegen kritiek of vooringenomenheid. Vraag is: kan een dergelijke rechtvaardiging nog gebeuren binnen een metafysica zoals die zich tot nu toe heeft ontwikkeld? Is het zinvol om voor zo’n rechtvaardiging nog van ‘metafysica’ te spreken?

 

XVI-3

Een reden waarom metafysica is diskrediet is geraakt, is dat zij lange tijd werd ingezet ter verdediging en bevordering van een bepaalde levensbeschouwing, en wel de christelijke. Is dat wat we nog (steeds) willen?

 

XVI-4

Is metafysica afhankelijk van de levensvisies waarbinnen zij aanvankelijk betekenis had? – dat wil zeggen in het Griekse denken van met name Plato en Aristoteles, en later in het christelijke denken.

 

XVI-5

Wil metafysica toch nog een nieuw leven krijgen, dan zal zij zich moeten losmaken uit de associatie met een geloof, zoals ook transcendentie zich zal moeten losmaken uit de associatie met het bovennatuurlijke. Zo niet, hoe noemen we beide dan?

 

XVI-6

Wie kan heden-ten-dage nog metafysisch denken zonder te beseffen dat er ook heel anders over gedacht kan worden? 

Als gelovige kan ik mij voorstellen dat men genoegen neemt met deze constatering. Maar kan dat ook als filosoof? – en wat geldt voor metafysica geldt evenzeer voor levensbeschouwing, religieus of anderszins: wat heeft de enorme diversiteit aan claims op waarheid te betekenen voor de geldigheid van welke claim dan ook?

Zou het feit dat er zoveel verschillende levensvisies zijn niet een meer-dan-fundamentele vraag moeten oproepen: wat maakt die veelheid mogelijk? (Of is dat geen metafysische vraag?)

En nog een vraag: zou het in deze tijd niet beter zijn om openheid te betrachten, als onderdeel van de eigen levensvisie? – openheid naar andersdenkenden toe, en met de mogelijkheid van vergelijkbaarheid en vertaalbaarheid.

 

XVI-7

Het voordeel van een ruimer begrip, van zowel metafysica als transcendentie, is dat het het gesprek met andersdenkenden vergemakkelijkt, inclusief het openstaan voor vergelijkbaarheid en vertaalbaarheid. Met het oog op de toekomst, waarin we in het dagelijks leven nog meer dan nu, te maken zullen krijgen met meervoudigheid van culturen en van leef- en denkwijzen, lijkt die optie meer dan gewenst. Het zou kunnen dat juist het doordenken van deze meervoudigheid een belangrijke, nieuwe taak voor metafysica wordt.

 

 

XVII.

Heel veel vragen dus – cliffhangers voor latere exploraties.

Metafysica is een ‘uitvinding’ van het Griekse denken, - ontstaan ten tijde van de eerste Spiltijd. Met het oog op een Nieuwe Spiltijd wil ik voorlopig de mogelijkheid openhouden dat deze millennia-oude discipline aan herziening toe is, of zelfs verworpen dient te worden.

Dit betekent niet dat alles wat eerder gedacht werd in verband met metafysica aan musealisering toe is of in de afvalbak van de geschiedenis kan. Het zou goed kunnen dat een en ander – en misschien wel veel – bruikbaar blijft, maar dat zal moeten blijken.

 

 

XVIII.

Veel mensen lijken een metafysische sensibiliteit te missen en leven er wel bij, zoals ook niet iedereen warmloopt voor filosofie überhaupt. Wat zegt dat? Weinig. Ik mis de sensibiliteit voor veel van wat voor anderen (heel) belangrijk is. Het maakt – vermoed ik – uiteindelijk allemaal niets uit, behalve wanneer je niet voluit leeft.

 

 

[Disclaimer: Deze tekst zal de komende dagen waarschijnlijk nog enkele kleine wijzigingen ondergaan.]

 


 

Noten:

.1) Zie post van 19 augustus 2026. Of kijk op: https://driesboele.blogspot.com/2026/08/axialisme-participeren-in-een-nieuwe.html

 

.2) Zie post van 1 september 2026. Of kijk op: https://driesboele.blogspot.com/2026/09/de-nieuwe-spiltijd-als-hoopgevende.html

 

.3) Dezelfde vragen zijn uiteraard van toepassing op filosofie. Zij is zelfs ouder dan metafysica, afhankelijk van hoe men beide definieert. Ook filosofie ontstond tijdens de eerste Spiltijd. Beslissen we met een doordenking van het lot van metafysica – door Aristoteles opgevat als ‘eerste filosofie’ – ook over het lot van filosofie zelf?

 

.4) Is de zijnsvraag, zoals gesteld door Heidegger, uiteindelijk niet toch een afgeleide van aloude, metafysische probleemstellingen? Zwemt zij niet in dezelfde rivier, maar dan stroomafwaarts, en een maatje breder of dieper? Beweegt de zijnsvraag zich niet in dezelfde denkstroom als hetgeen Heidegger bekritiseert? (Vragen, vooral vragen. Nog nader te onderzoeken.)

 

.5) Te denken valt aan de filosofische ondernemingen van Plato, Aristoteles, Thomas, Descartes, Spinoza en Hegel, om enkele groten te noemen.

Premoderne wetenschap, à la Aristoteles, kon nog pretenderen dat zij op weg kon helpen in het vinden van levenszin. Thomas maakte er dankbaar gebruik van.

Spinoza en Hegel, elk op eigen wijze, ‘moderniseerden’ de samenhang tussen de ‘aard van de werkelijkheid’ en de ‘zin van het leven’.

 

. 6) Wie wordt nog tot verwondering verleid door de psychagogie van Plato te volgen, richting de idee? Hetzelfde kan gezegd worden van het geestverheffende denken van Aristoteles, Thomas, e.a.

 

 

zondag 13 september 2026

Fotograaf Ed van der Elsken in Rijksmuseum (II)

.

 

Voor de liefhebbers: nog enkele (foto’s van) foto’s van Ed van der Elsken, gemaakt tijdens de overzichtstentoonstelling met zijn werk in het Rijksmuseum.  










































zaterdag 12 september 2026

Fotograaf Ed van der Elsken in Rijksmuseum (I)

.



Gisteren naar overzichtstentoonstelling van Ed van der Elsken geweest. Heel boeiend.

Ik hou erg van de levendigheid van zijn werk. Er spreekt een grote welwillendheid uit jegens mensen in alle soorten en maten. En dat hij van het leven hield. 

Ed begon te fotograferen in de jaren 50. In een sfeer van verzet tegen de netheid en de verstikkende normen van die jaren. Tijd voor tegencultuur, inclusief provoceren.

In de foto’s zie je z’n betrokkenheid bij wat/ wie hij in beeld heeft. Vaak met liefde gefotografeerd.

Een ander kenmerk van zijn werk: contrasteren. Met oog voor de humor van een situatie.

En vooral: een mensenfotograaf. Warmhartig. En het liefst rauw, zonder façade.

Een man naar mijn hart.


Enkele (foto's van) foto's:









































dinsdag 8 september 2026

Cursus, vanaf di 20 oktober 2026. FILOSOFIE & LEVENSKUNST. AMOR FATI: LIEFDE VOOR HET LOT! (Volksuniversiteit Amsterdam)

 .

Wat betekent het om te leven vanuit een diepe acceptatie van het leven? Kunnen we het hele leven omarmen: niet alleen de mooie kanten, maar ook de donkere, inclusief lijden, doodgaan, en vergankelijkheid van alles en iedereen? Wat voor levenshouding is daarvoor nodig?

 

In de moderne tijd zijn we eraan gewend geraakt dat we veel naar onze hand kunnen zetten. We menen macht te hebben over ons leven. Lot is zo goed als verdwenen uit ons denken. Voorkeuren en verlangens bepalen de dagelijkse `bril. De neiging bestaat het leven voorwaardelijk of selectief te benaderen, om alleen af te gaan op wat bevalt, en te vermijden wat niet bevalt. Maar hoe realistisch is deze wens? Is het lot echt verleden tijd?

 

Een optie is om onvoorwaardelijk het leven te beamen zoals het is, of minstens een poging daartoe te wagen. Waarom zouden we dat doen? En wanneer we dit doen, welke plaats krijgt dan lijden en ellende? Wat gebeurt er met hoop en het verlangen naar beter? 

 

En niet onbelangrijk: is het leven wel het liefhebben waard? Niet iedereen zal daar volmondig ja op zeggen. Wat zijn hun bezwaren?

 

In deze cursus onderzoeken we levensaanvaarding en het spanningsveld tussen werkelijkheid en idealen. We doen dit aan de hand van m.n. Aristoteles, Spinoza, Nietzsche, Beauvoir en Camus. Ook zullen we Oosters denken aan bod laten komen: Boeddhisme. Hoe dachten zij over levensdoel, veranderingen, vriendschap sluiten met jezelf, lijden, levensvreugde, vrijheid en creativiteit?

 

Naast inleidingen op de filosofen, bestaat de cursus uit het lezen en bespreken van teksten en een koppeling met de eigen ervaring. 

.

Docent: drs Dries Boele

Plaats: St Nicolaaslyceum, Beethovenplein 2, Amsterdam

Wanneer: vanaf 20 oktober 2026 (7 dinsdagavonden)

Tijd: 19.30 – 21.30 uur

Kosten: € 298,-

Mailsecretariaat@vua-ams.nl

Inschrijven kan op: https://volksuniversiteitamsterdam.nl/cursussen/filosofie-levenskunst-amor-fati-liefde-voor-het-lot

Of bellen, tel: 020-6261626

.


donderdag 3 september 2026

Klimaatcrisis als wereldoorlog (met een positief doel) – een perspectiefwisseling

 .

Hoe staat het met het leven op aarde, nu klimaatverandering voortschrijdt? En heeft het (nog) enige zin om er iets aan te willen doen? Mij overvalt regelmatig wanhoop wanneer ik klimaatrapporten lees en zie wat er allemaal gebeurt: waar gaat dit heen? In wat voor wereld komt mijn zoon te leven? Stevenen we niet – ondanks tal van schone wensen – af op een ongekende catastrofe?

 

Volgens een recent rapport van het VN-milieuprogramma gaat het niet lukken om de wereldwijde klimaatopwarming onder de 1,5 graad te houden (1). Hitterecords sneuvelen, gletsjers smelten in hoog tempo, en steeds meer kantelpunten dreigen te worden overschreden. Tegelijk zijn er tal van initiatieven om er iets aan te doen: van anders boeren tot duurzame energie en nog veel meer. Zullen zij enig verschil maken?

 

Hoe te duiden wat er gaande is? 

 

We zijn verwikkeld in een nieuwe wereldoorlog. Dit is het gezichtspunt dat ik zou willen onderzoeken, als heuristische hypothese (2). Wat als we de huidige klimaatcrisis opvatten als een wereldoorlog? Hoe ziet dan een en ander eruit, inclusief initiatieven om er iets aan te doen?


Laat me verduidelijken wat ik bedoel.


Om te beginnen stel ik voor om ons los te maken uit een louter antropocentrische blik op het wereldgebeuren en een Gaiaans perspectief in te nemen, dat wil zeggen: bekeken vanuit de aarde als omvattend ecosysteem (3). 

 

Vanuit dat perspectief zou je kunnen zeggen dat we met de huidige klimaatverandering en de crises die ermee gepaard gaan, verwikkeld zijn in een mondiaal conflict, een wereldoorlog. Hij is langzaam maar zeker tot ontbranding aan het komen (4). Het goede nieuws is dat we klimaatverandering ook als medestander zouden kunnen gaan zien.

 

Zeker, de huidige wereldoorlog is een heel andere dan de vorige twee. Om enkele belangrijke verschillen te noemen. Het aantal dodelijke slachtoffers is – nog steeds – niet te vergelijken. (Volgens schattingen kostte de tweede wereldoorlog zo’n 70 miljoen mensen het leven. De afgelopen vier jaar stierven in Europa ruim 200.000 mensen door extreme hitte (1).) Ander verschil: het meest in het oog springende geweld komt dit keer van niet-menselijke actoren: extreem weer in allerlei gedaanten. En daar komt bij: natuurgeweld maakt geen onderscheid tussen vriend en vijand. Een orkaan treft iedereen die op z’n weg komt; en dat geldt ook voor overstromingen, hittegolven en bosbranden. 


Er zijn ook punten van overeenkomst. De ontwrichtingen zijn ingrijpend en de verwoestingen kolossaal, en dat overal in de wereld. (Dat klimaatverandering een mondiaal gebeuren is, behoeft geen nadere toelichting. Je hoeft slechts het wereldnieuws te volgen.) Ook betreft het een gebeuren waarin veel mensen niet voor rede vatbaar lijken zijn. Naast veel meelopers (uit ‘bewuste onwetendheid’ of onverschilligheid), zijn er ook de ontkenners, tot en met de mensen die de verwoestende uitwerking van klimaatverandering toejuichen: de aanhangers van een komende Eindtijd (5).

 

En misschien nog wel meer dan in de eerdere wereldoorlogen, hebben we te maken met een echte wereldspeler, namelijk het veranderende klimaat, waardoor alle aardbewoners betrokken raken in het conflict. Er valt niet aan te ontsnappen, ook niet wanneer je je terugtrekt op een afgelegen plek.

 

De vraag is: wie (of wat) is in dit conflict de vijand? Wie staan tegenover elkaar? Waaruit bestaat die wereldwijde strijd? En wat dient overwonnen te worden?

 

Waarschijnlijk is de neiging groot om de klimaatverandering tot vijand te verklaren. Ik zou er anders naar willen kijken. Klimaatverandering is de grootste medestander in de strijd die gaande is!

 

Welke strijd?

 

De kortste samenvatting: de huidige wereldoorlog is een strijd tegen levensvijandigheid, en wel van enige levende wezens die ertoe in staat zijn: wij mensen. 

 

Levensvijandigheid? Zij toont zich in onachtzaamheid of disrespect voor wat leeft. Zij toont zich in (ernstige) misdragingen tegen natuur en mens, tegen biodiversiteit en leefbaarheid. Zij toont zich in blind gaan voor eigenbelang, zowel individueel als collectief, ten koste van alles wat leeft, niet alleen ons eigen nageslacht, maar ook van al het niet-menselijke leven.

 

Levensvijandigheid komt vooral naar voren in mentaliteiten en wereldbeschouwingen die slechts oog hebben voor de mens, of erger nog: voor een deelverzameling van de mensheid: de eigen soort of stam, dan wel elite. Het heil dat wordt nagestreefd kan zeer uiteenlopend zijn, van winstbejag en excessieve rijkdom tot en met verlossing van de ziel; hun gemeenschappelijke kenmerk is levensvijandigheid: het leven op aarde is ondergeschikt, een commodity, of slechts van waarde voor een ‘hoger’ doel.


(Ik wil dit alles niet tot een louter morele kwestie terugbrengen. Politiek en economisch spelen ook andere belangen. Maar doen op deze terreinen waarden niet ook mee in de afwegingen die worden gemaakt? En als zij niet meedoen, is dat dan een reden om de belanghebbende actoren er niet op aan te spreken? Of sluiten zij zich uit als mens?)

  

Klimaatverandering maakt overduidelijk wat levensvijandigheid teweegbrengt. Zij is er een krachtige en onbarmhartige reactie op, en onontkoombaar. Klimaatverandering bestrijden zonder iets te doen aan de mentaliteit en wereldbeschouwing die haar teweegbrengen is zoiets als een om-zich-heen-grijpende brand bestrijden met het afsluiten van een verzekering tegen brandschade en het daarbij laten; de oorzaak, de brandstichter, wordt ongemoeid gelaten.

 

Wie houdt van het leven op aarde en het wil beschermen tegen onachtzaamheid, uitbuiting en vernietiging doet er dus goed aan om klimaatverandering als een van de belangrijkste medestanders te gaan beschouwen. In de strijd waarvoor? Voor een levenliefhebbend leven en dat in z’n meest globale zin, dat wil zeggen: alle leven inbegrepen.

 

En die strijd is niet hopeloos. Er zijn tal van welwillende mensen die het leven op aarde een warm hart toedragen. Ook zijn er tal van initiatieven, vaak kleinschalig, die proberen het tij te keren.

 

Waar is de wereldoorlog op uit? Op de overwinning! En wanneer is die overwinning behaald? Wanneer iedereen die een keuze kan maken – mensen dus – kiezen voor levenliefhebbend leven, zowel in houding en denken, als ook in doen en laten, en dat zowel individueel als ook collectief (politiek en bedrijfsleven inbegrepen).

 

Hoe de oorlog te voeren? Met welke middelen?

 

De grootste gewelddadigheid komt van onze almachtige medestander: klimaatverandering. De gevolgen van haar wereldwijde actie zijn enorm. Soms toont zij zich meedogenloos, andere keren kan haar optreden begrepen worden als een urgente aansporing. Bij een orkaan, bijvoorbeeld, of een hittegolf. De aansporing negeren betekent: er zal meer komen. 

 

Moeten wij mensen mee gaan doen in die mondiale gewelddadigheid? Mij lijkt van niet. Er is al geweld genoeg. Wat daarnaast nodig is: werken aan transitie naar een andere, milieu-, dier- en mensvriendelijke omgang met elkaar, zowel sociaal en politiek, als ook technologisch en economisch. En minstens zo belangrijk: een transitie in onze mentaliteit en wereldbeschouwing, met als gemene deler: een levenliefhebbend ethos. Je zou dit de naar-vrede-strevende kant van de huidige wereldoorlog kunnen noemen.

 

Aan de wereldoorlog die gaande is, kan ieder van ons dus bijdragen: het liefst vreedzaam, kritisch en creatief, met acties en met initiatieven (6).

 

Totdat de oorlog ten einde is, en alle (zelf)vernietigende levensvijandigheid overwonnen is!

 

Cruciaal is een omslag, hoe paradoxaal ook: klimaatverandering niet langer zien als tegenstander, maar als medestander, in het besef dat een radicaal andere mentaliteit en wereldbeschouwing nodig is, wil de klimaatcrisis ooit ten goede keren. Met als gevolg: in denken en handelen laten zien dat we van ons aller leven op aarde houden, en niet dood willen en lijden willen verminderen, ook van niet-menselijk leven. Wie of wat je liefhebt, wil je niet vernietigen, maar laten bloeien. En dat kan op heel veel manieren!

 

Behalve de bevordering van een levenliefhebbende attitude, heeft deze zienswijze als voordeel dat natuurvriendelijke ontwikkelingen (zowel praktisch als mentaal) een overstijgend doel krijgen én een machtige medestander, namelijk klimaatverandering zelf. Verbeeldingskracht welkom!

 

De klimaatcrisis opvatten als een wereldoorlog die gewonnen moet worden om leven op aarde, inclusief menselijk leven, te laten overleven, met hulp van klimaatverandering: het lijkt op een ultieme poging om van een nood een deugd te maken. En dat is het ook. Ik zie geen andere manier om aan de wanhoop te ontkomen, en om optimistisch te blijven over de zin van een natuurvriendelijke en levenliefhebbende leef- en denkwijze.

 

Klimaatverandering en de strijd ertegen moeten een positieve draai krijgen - er moet iets te winnen zijn -, willen we er ons echt voor gaan inzetten.


 

Noten:

 

.1) Enkele berichten:

1,5 gradendoel is gepasseerd station: ‘Er zijn geen goede scenario’s meer’ (NU.nl, 2-9-26)

https://www.nu.nl/jeroen-kraan/6408268/15-gradendoel-is-gepasseerd-station-er-zijn-nu-geen-goede-scenarios-meer.html?fbclid=IwY2xjawUFIT9wZG9mBWV4dG4DYWVtAjEwAGJyaWQRMGRCcjZ2SUZ4SW94ZjRma3pzcnRjBmFwcF9pZBAyMjIwMzkxNzg4MjAwODkyAAEe4RtPvXLxmH4H_R6IeXDF_J0s_WYjKLyFLVSi-BafNJO4EoGPyv4BnmON4Ac_aem_DCyo4oO0vk54ZiktozMjmA

 

Global heating will hit at least 1.8C, UN warns, and there are ‘no good outcomes’ (The Guardian, 2-9-26)

https://www.theguardian.com/environment/2026/sep/02/global-heating-warming-1-8c-best-case-scenario-un-united-nations-environment-programme-report?fbclid=IwY2xjawUGCjFwZG9mBWV4dG4DYWVtAjExAGJyaWQRMGRCcjZ2SUZ4SW94ZjRma3pzcnRjBmFwcF9pZBAyMjIwMzkxNzg4MjAwODkyAAEefUL_2q5xf2EV4UAv5tRgZx-iplLA80Nt0Gj9PknwbD0_DATHcnDKXsFnRfQ_aem_W0Aox30S7kasEJ7hj3n76A


Wat betreft mogelijke kantelpunten:

‘Klimaat begonnen met kantelen, vijf dramatische kantelpunten al gepasseerd?’ (Duurzaam nieuws, 9-9-22) 

https://www.duurzaamnieuws.nl/klimaat-begonnen-met-kantelen-vijf-dramatische-kantelpunten-al-gepasseerd/

  

.2) Een heuristische hypothese zie ik als gelegenheid, niet alleen om te onderzoeken wat vanuit die hypothese zichtbaar, inzichtelijk en voorstelbaar wordt, maar ook als uitnodiging om een idee te testen op validiteit, inclusief kritiek en suggesties ter verdieping of bijstelling.

Eerder lanceerde ik de ‘Nieuwe Spiltijd’ als heuristische hypothese. (Zie weblog 19 augustus en 1 september 2026)

 

.3) ‘Gaiaans’, van ‘Gaia’, Grieks voor ‘aarde’. Oftewel: ‘moeder natuur’.

Voor meer denkwerk over ‘Gaia’, verwijs ik naar: Bruno Latour, Oog in oog met Gaia. Acht lezingen over het Nieuwe Klimaatregime (Octavo, 2017).

‘Klimaatcrisis als wereldoorlog’ heeft verder geen link met Latour.

 

.4) Of betreft het eerder een wereldrevolutie? Een revolutie heeft de neiging te mislukken, dan wel te verzanden in terreur. Zal dit laatste ook het lot zijn van de klimaatcrisis?

 

.5) 'De opmars van eindtijdfascisme. De bizarre alliantie van technologie, fascisme en geloof' (VPRO Tegenlicht, 30-8-26)

https://tegenlicht.vpro.nl/artikelen/onze-economische-blinde-vlek_jkzaxyf5z20

 

.6) Er is heel veel gaande, wat natuurvriendelijke initiatieven betreft. Een voorbeeldje:

‘Duurzame Dinsdag: een cao voor bijen, een fit bos en 13 andere initiatieven’ (HetKanWel, 8-9-22))

https://hetkanwel.nl/duurzame-dinsdag-bijzondere-initiatieven/