Levenskunst, filosofie & seculiere spiritualiteit/ Dries Boele

maandag 6 juli 2026

Het onbewuste als vraag

 .

Wat te verstaan onder ‘het onbewuste’?

Het blijkt een begrip met meerdere invullingen. *)

Aangezien ik niet precies kan zeggen wat ‘het onbewuste’ is, zou ik het voorlopig zo breed mogelijk willen onderzoeken.  

Laat ik aangeven wat voor mij de meest betekenisvolle invulling is.

 

Uitgangspunt: ik ga uit van geest-lichaam als een geheel. Ik zie geen reden om dat geheel uiteen te leggen in twee aparte delen. Ik ervaar mijzelf niet als een tweeheid, noch zie ik hoe beide delen op elkaar zouden kunnen inwerken als zij radicaal verschillend zouden zijn.

 

Algemeen gezegd vat ik ‘het onbewuste’ op als al datgene wat meedoet in mijn dagelijks functioneren zonder dat ik me er bewust van ben.

Wat komt dan in aanmerking?

 

Het kan iets betreffen dat nooit bewust is geweest (zoals het functioneren van tal van organen en lichaamsdelen).

Het kan iets betreffen dat soms wel bewust wordt, en vaak ook niet (zoals lustgevoelens).

Het kan iets betreffen dat wel bewust zou kunnen worden, maar tot nu toe ongedacht is gebleven (zoals allerlei aannames).

Het kan iets betreffen dat niet meer bewust is, of soms wel, maar meestal niet (zoals gewoontes en een groot deel van mijn herinneringen).

Het kan iets betreffen waarvan ik mij bewust kan worden in de vorm van dromen.

Het kan potentieel betreffen dat ik tot nu toe niet heb aangesproken of geactualiseerd.

Het kan iets betreffen dat niet meer bewust is, want verdrongen (zoals onderdrukte verlangens, pijnlijke of onverwerkte ervaringen).

Het kan de bron betreffen van invallen, verrassende ingevingen en creatieve impulsen, zonder dat ik een idee heb waar ze vandaan komen of hoe ze ontstaan. Hetzelfde geldt voor intuïtie en inzichten.

Het kan gemoedstoestanden en stemmingen betreffen die vaak onbewust blijven en die soms mij bewust worden, als gevoelens van vertrouwen en genegenheid, bijvoorbeeld.

Het kan het gewaarzijn betreffen waarmee ik mij bewust ben van het een en ander en er aandacht aan geef. Meestal ben ik mij van dit gewaarzijn niet bewust.

 

Misschien valt er nog meer te noemen. Dit is waar ik nu aan denk bij ‘het onbewuste’, uitgaande van bovengenoemde omschrijving, namelijk: al datgene wat meedoet in mijn dagelijks functioneren zonder dat ik me er bewust van ben.

 

Het geheel dat ik ben is dus een complex gebeuren dat slechts voor een (klein) deel bewust is, en dat onbewust uit tal van aspecten, facetten en dimensies bestaat.

 

Eigenlijk vreemd dat we doorgaans zo weinig aandacht besteden aan het onbewuste, ook in onze zelfopvatting, als antwoord op de vraag wie en wat ik ben. En het wordt nog vreemder wanneer we onze zelfopvatting laten samenvallen met alleen datgene waarvan we ons bewust zijn, - terwijl dat slechts een (klein) deel is van heel ons functioneren als geest-lichaam. (En hetzelfde vraagteken kan gezet worden bij hoe wij al het niet-menselijke menen te kennen.)

 

De vraag is vervolgens: als al het bovengenoemde gerekend kan worden tot ‘het onbewuste’, wat ervan dan aandacht te geven en te onderzoeken? En: hoe? En ook: waartoe?

 

....

 

*) Met name sinds de 19de eeuw heeft een aantal denkers zich over ‘het onbewuste’ gebogen, met elk een andere opvatting. Te denken valt aan filosofen als Schelling en Schopenhauer, en natuurlijk in de psychoanalyse: Freud, Jung en Lacan.

 

vrijdag 3 juli 2026

Het moderne ik: kritisch, creatief en onbewust. Enkele notities

.

Wie zijn wij? Wat voor Ik domineert in het beeld dat wij van onszelf hebben? En wat betekent het voor menswording?

 

De emergentie van de moderne subjectiviteit – Descartes, Kant – is een gebeuren dat qua levensbetekenis nauwelijks valt te overschatten. Zij heeft ongekende gevolgen gehad. Met name: in het ontstaan en cultiveren van het kritische en creatieve ik. (Niet dat andere aspecten – zoals het sociale Ik – onbelangrijk zijn, maar zij zijn niet kenmerkend voor de zelfervaring van de moderne mens.)

 

Het is niet overdreven om te stellen dat het kritische en creatieve Ik in premoderne tijden niet hoog op de culturele agenda stond, noch dat het gestimuleerd werd. Als het zich al manifesteerde, dan werd er niet de waarde aan gehecht die wij er ondertussen wel aan hechten. (En op tal van plekken buiten het Westen lijkt dat nog steeds het geval.)

 

De moderne subjectiviteit-in-wording heeft veel overhoopgehaald, en nog steeds. Dat geldt voor filosofie en voor tal van andere cultuurdomeinen: van de kunsten tot en met religie en spiritualiteit. Ook economie en het politieke leven (in brede zin) zijn erdoor getransformeerd, om maar te zwijgen over moderne media.

 

In ons deel van de wereld is het kritische en creatieve Ik dagelijks brood geworden. Een cultureel gebod: gij zult kritisch en creatief zijn. Misschien dat niet iedereen naar dit gebod leeft, maar we hebben er wel weet van, als maatstaf of als ideaal.

 

Vraag is of het potentieel van de moderne subjectiviteit voluit wordt aangesproken wanneer we ons focussen op het kritische en creatieve Ik.

 

Wie met enige afstand naar onze (Westerse) situatie zou kijken vanuit cultureel-historisch perspectief, zou een derde aspect ontwaren, ook al lijkt het een leven apart te leiden, namelijk: aandacht voor het onbewuste.

 

Het onbewuste, als dimensie van het menselijk functioneren, wordt onderwerp van (zelf)onderzoek in dezelfde tijd als dat het kritische en creatieve Ik zich cultureel breed ging maken, met name in de 19de eeuw. (Om er enkele namen aan te hangen, denk aan Schelling en Schopenhauer, en later Freud, Jung en Lacan. En in de kunsten het surrealisme en het horror-genre.)

 

Wat betekent het dat zowel het kritische en creatieve Ik, als ook het onbewuste tot het culturele landschap zijn gaan behoren? En: is er een verband? Heeft het een met het andere te maken?

 

Menen dat het kritische en creatieve Ik het onbewuste heeft voorgebracht, is te veel gezegd. Voordien was het onbewuste wellicht niet afwezig, maar het bleef beneden de aandachtsdrempel. Het was geen thema. Sinds de 19de eeuw is dat wel het geval. Hoe komt dat?

 

Andere optie zou kunnen zijn dat het kritische en creatieve Ik de vanzelfsprekendheid van ons zelfbeeld dermate heeft verstoord dat het onbewuste zich is gaan roeren en de aandacht op zich is gaan vestigen, zoals een schaduw die pas gaat opvallen wanneer iets in het volle licht komt te staan.

 

Hoe het ook zij, beide zijn nu aan de orde van de dag, ook al verkeren ze vaak niet in hetzelfde kamp. In filosofie, bijvoorbeeld, is de aandacht voor het onbewuste nog steeds marginaal. Het wordt als onderwerp vooral aan psychologie en meer nog aan de psychoanalyse gelaten. Terecht?

 

Wanneer we het onbewuste serieus nemen als onderdeel van de menselijke zelfervaring, duiken er enkele vragen op.

 

Over wat voor mens hebben we het, wanneer we erkennen dat ook het onbewuste meedoet?  We blijken méér te zijn dan denkende organismen. En als ik méér ben dan ik denk, hoe dat ‘meer’ dan mee te nemen in de opvatting over onszelf, over menszijn?

 

En in het verlengde hiervan: over wat voor werkelijkheid hebben we het eigenlijk als zij niet voluit kenbaar is? Kun je dan nog beweren dat alleen dát werkelijk (voor ons) is wat helder en onderscheiden gedacht kan worden? 

 

Het lijkt me moeilijk vol te houden om te (blijven) menen dat alle werkelijkheid redelijk is, noch dat denkbaarheid voldoende is, willen we de geleefde werkelijkheid recht doen.

 

Anders gezegd: als een substantieel deel van ons functioneren onbewust is, hoe kunnen we dan menen dat we onszelf en daarmee de hele werkelijkheid kunnen kennen? Of: dat het voldoende is om ons te beperken tot wat kenbaar is?

 

Wil filosofie, opgevat als wijsbegeerte, wijzer worden over menszijn, over in-de-wereld-zijn en over het bestaan-in-het-groot en onze plaats erin, dan zal zij zich er iets van moeten aantrekken dat een fors deel van onze zelfbeleving (en daarmee van de werkelijkheid) zich onttrekt aan discursief denken. 

 

Vraag wordt dan: hoe aandacht te besteden aan het onbewuste als deel van de beleving van onszelf en van de werkelijkheid? En hoe dit te laten samengaan met het kritische en creatieve Ik?

 

En om het naar een ethisch niveau te tillen: wat zou er gebeuren als iedereen zich zou ontwikkelen volgens het principe van moderne subjectiviteit in brede zin: niet alleen kritisch en creatief, maar ook met aandacht voor het onbewuste?

 

vrijdag 26 juni 2026

Mensentrots!

 .

Wat we gemakkelijk vergeten: er bestaan stofjes – ‘mensen’ geheten – op een iets groter stofje – ‘aarde’ geheten – die in staat zijn om zich een voorstelling te vormen van dat kolossale geheel – ‘heelal’ geheten – waarvan leven-op-aarde niet meer is dan een uiterst minuscuul onderdeel. In staat ook om dit alles te onderzoeken en er zich gedachten over te vormen, inclusief de eigen plaats erin, en zich de vraag te stellen naar zin en betekenis van dit alles, - iets wat geen enkel ander wezen in de kosmos óók doet, noch de kosmos zelf. 


Kortom: reden tot trots! Mensentrots! – en ja, dat brengt een verantwoordelijkheid met zich mee, een immense, minstens voor de eigen biotoop, de aarde.


De situatie waarin we leven lijkt eerder op het tegendeel: mensvergetelheid, en met gevolgen. We doen net alsof hetgeen ons overkomt, zoals klimaatverandering, een gebeuren is dat aan onze macht ontsnapt, terwijl we er zelf de hand in hebben: in het ontstaan ervan, en dus ook in wat eraan gedaan kan worden.

 

Het menselijk genie is enorm. Kijk naar de artistieke prestaties die het voortbrengt. Kijk naar de religies die we hebben gecreëerd. Kijk naar de wereld die we van de aarde hebben gemaakt. Wat zou er zonder de mens allemaal niet zijn!


Doen alsof wij het niet zelf zijn die dit allemaal in het leven hebben geroepen kan tamelijk gevaarlijk zijn, en een bedreiging voor ons voortbestaan. In ieder geval is het onverantwoord. 


Dus laten we beginnen met trots te zijn op onszelf en waartoe we in staat zijn

maandag 22 juni 2026

Allesdans

.

Mier, mier, mierendans.

Vlieg, vlieg, vliegendans 

Wolken

Vijver

Regen

Plas

Plons, plonsen 

Steen, steen, stenendans

Golven 

Varens

Mos

Bries

Gordijn, gordijnendans

Binnen

Linnen

Lakens

Dromen

Woning

Honing

Bij, bij, bijendans

Blij

Mei

Koe, koe, koeiendans

Lente

Loeien

Buiten, buitelen

Vlaai

Keutels

Geit

Gras, gras, grassendans

Aarde

Adem

Neus

Oog, oog

Wimpers

Wenkbrauwendans

Hand, hand, handendans

Gezicht

Haar

Haartjes

Knie

Holte

Been, been, benendans

Navel

Arm

Huid

Plooi

Borst, borst, borstendans

Bil, bil, billendans

Teen

Tong

Tand

Tak

Boom

Appel

Zon, maan, sterrendans

Wiel

Wind

Vogel, vogel, vogeldans

Wolk

Water

Storm

Stroom

Blaadjes

Bloem, bloem, bloemendans

Steel 

Hals

Kuiltje

Kin

Lip, lip, lippendans

Kus, kus, kussendans

Oor, hoor

Ekster

Duif

Hond

Meeuwen 

Kraai, kraai, kraaiendans

Kroeg

Roes

Bier

Wijn

Kan

Pan, pan, pannendans 

Ei, ei, eierdans

Kip

Hen

Haan

Paarden

Rug

Mug, mug, muggendans

Staart

Krul

Varkens

Modder, modder, modderdans

Snuit

Snoet 

Wroeten

Kauwen

Blauwen

Gelen

Groen, rood en 

Paarse

Vlinders

Fladderen 

Vrij, vrijen, vrijersdans

Paren

Baren

Bonen

Klonen

Elektronen 

Demonen

Eonen 

Toon, toon, tonendans

Noot, noot, notendans

Hurk

Kurk

Bamboe

Spin

Web

Lijn, lijn, lijnendans

Komma, komma, kommadans

Letters 

Teken

Tepel

Taal

Spellendans

Schrift

Spijker, spijkers 

Hout

Stoel, stoel, stoelen 

Dansen, ja

Alles danst!

 

(Ook anders dansbaar)

😏

donderdag 18 juni 2026

Het veranderlijke en het blijvende als oeroud spanningsveld. Nog steeds?

.

Hoe te dealen met een alsmaar veranderende en diverser wordende wereld? Is er een mogelijkheid om zich er – al is het maar tijdelijk – aan te onttrekken?


In de Europese filosofie beweegt zich een oeroud spanningsveld: dat tussen het veranderlijke en het blijvende. Om te beginnen met Heraclitus, de filosoof van het worden: ‘alles stroomt, en niets is blijvend’, versus Parmenides die meende dat alleen datgene wat als ‘zijnd’ gedacht kan worden ook echt bestaat, oftewel: de ware werkelijkheid is eeuwig en onveranderlijk. Met Plato als degene die geprobeerd heeft beide tezamen te denken. 

 

De basisvraag is, lijkt me: hoe de verscheidenheid van alle fenomenen en hun veranderlijkheid te begrijpen én hoe ermee om te gaan? Met begrijpen als een manier van ermee omgaan. (Ik ga niet mee in de opvatting dat het in filosofie slechts om willen weten of begrijpen zou gaan. Van begin af aan stond er iets op het spel, in existentiële zin: waarom zou je erover nadenken? Oftewel: de werkelijkheid en het leven geven te denken. Vraag is dus: op welke vraag of behoefte was het concipiëren van het spanningsveld een antwoord?)

 

Een hele ideeëngeschiedenis zou kunnen worden geschreven louter op het spanningsveld tussen het veranderlijke en het blijvende: van de oude Grieken tot en met Hegel en Schopenhauer. Variërend van het welgemoed willen meebewegen in een wereld-in-verandering enerzijds, en anderzijds het terugbrengen van alles tot geest of bewustzijn, als twee polen met veel ertussen.

 

Daarna, vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw, lijkt het spanningsveld tussen het veranderlijke en het blijvende uit zicht te verdwijnen. Wat is er veranderd dat het oeroude spanningsveld niet meer actueel is? Of is het slechts schijn dat we geen onderscheid meer maken tussen het veranderlijke en het blijvende?

 

We hebben nog steeds te maken met natuurlijke veranderingen – van dag-en-nacht tot en met geboorte-en-dood. Tegelijk is er van alles bijgekomen. Niet alleen economisch en technologisch, maar ook in termen van verschillen – ‘differenties’ – en dat op tal van terreinen. Alles is ‘multi’ aan het worden: van sekse-en-gender tot en met cultuur en religie. Deze verandering-in-de-breedte is filosofisch gethematiseerd in verschillende vormen van differentiedenken (Heidegger, Deleuze, Irigaray, e.a.).

 

Diversificatie – verandering-in-de-breedte – is volop gaande, en wordt ondertussen oneindig versterkt door een andere, ingrijpende ontwikkeling: de digitale revolutie. Zij is nog maar net begonnen. Tovercode: AI. Zelfs het denkbare wordt getart.

 

Digitaal revolutionair overschrijdt het mogelijke steeds vaker het wenselijke, en het is onduidelijk waar, en hoe, dit gaat eindigen, als er überhaupt nog sprake zal zijn van een einde, laat staan een doel. Minstens stelt het voor de vraag: hoe ver willen we dit laten gaan? En zijn we nog wel in staat om daarover te beslissen? – afgezien van tal van voordelen die niemand kwijt wil.


We hebben meer en meer te maken met een nieuwe vorm van transcendentie, in de meeste letterlijke zin, dat wil zeggen: het overschrijden van het menselijke, inclusief almacht, alwetendheid en alomtegenwoordigheid, resulterend in een nieuwe onoverzichtelijkheid. 

 

Natuurlijke cycli, differenties en AI: ziedaar de tumultueuze veranderlijkheid die onze wereld kenmerkt. Hoe ermee om te gaan? Wat roept dit op? Kunnen we het (nog) aan?

 

Is het okay – en een kwestie van wennen – om ‘gewoon’ maar mee te gaan met de flow aan veranderingen? Of hebben wij in een wereld die alsmaar verandert – en steeds sneller – toch behoefte aan ‘iets’ dat hetzelfde blijft, als existentieel rustpunt?

 

En als het laatste het geval is, wat komt dan in aanmerking? Kunnen we nog uit de voeten met eerdere kandidaten voor het blijvende? - zoals begrip (willen begrijpen wat er gaande is), essenties, ideeën, tot en met hele wereldbeelden. 

 

Al deze vroegere zekerheden lijken deel te zijn geworden van gedigitaliseerde processen, met in de aanbieding: tal van alternatieve opties. (Je zou er zo over kunnen denken, maar ook heel anders.) We zijn komen te leven in een spirituele supermarkt, en de filosofie ontkomt er niet aan er ook deel van uit te maken. Hoe hierin een keuze te maken die existentieel – dat wil zeggen: niet in het algemeen, maar voor mij – relevant is?

 

We zijn ver verwijderd geraakt van de wereld waarin het spanningsveld tussen het veranderlijke en het blijvende voor het eerst een thema werd, eeuwen, ja millennia geleden. Terugkeren naar vroegere antwoorden is zoiets als terug willen naar voormoderne tijden, met weglating van alles wat in de tussentijd is gaan zorgen voor de dagdagelijkse verandering en turbulentie zoals wij die kennen. Geloofwaardig?

 

Wat komt nog in aanmerking? Meditatieve praktijken misschien? Ook zij stammen uit vroeger tijden. Maar niet alleen dat. Ontdaan van alle cultureel-historische aanslibbingen, gaat meditatie terug op wat door de tijd heen niet lijkt te zijn veranderd, als mogelijkheid, namelijk: open aandacht voor wat zich voordoet in onze geest en in de rest van ons hele lijf, zonder ideeën vooraf, noch een conceptueel kader, en toch stevig; simpelweg gewaarworden wat zich voordoet. Is dat een optie voor de behoefte aan een existentieel rustpunt in een rusteloos veranderende wereld?

 

Om de vraag voor mijzelf te beantwoorden wat betreft meditatie: om mee te beginnen, ja. Als basis. Tegelijk blijft willen-begrijpen mij bezighouden en ik zal er ook mee doorgaan, maar rust geeft het zelden. Is dat erg? Nee, net zomin als dat ik afkerig ben van participeren in een wereld-in-verandering. Het een verruimt de aandacht voor het andere. Niet om meer grip te krijgen op wat er gebeurt, ook in mij, maar juist om uit de grip ervan te geraken. Willen begrijpen lijkt wat dat betreft niet meer te voldoen als schepper van het blijvende als rustpunt. Tijd voor een ander spanningsveld.


maandag 15 juni 2026

Op reis in eigen stad: bezoek aan expo in Filmmuseum

 .

Op reis in eigen stad. Gisteren tentoonstelling in Filmmuseum bezocht: ‘Nieuwe perspectieven op koloniaal filmerfgoed’. Erg weinig bezoekers. Ten onrechte, wat mij betreft. Heb films en fragmenten gezien die indruk maakten en me te denken gaven over ‘ons’ koloniale verleden.

 

Ik had geen speciale reden om naar de expo in het Filmmuseum te gaan. Vrij willekeurig gekozen als bestemming voor ‘reizen in eigen stad’, een projectje dat ik enige tijd geleden ben begonnen. Hoe goed ken ik Amsterdam, mijn eigen woonplaats, eigenlijk? 

 

Heden en toekomst interesseren me meer dan het verleden. Tijdens mijn bezoek aan de tentoonstelling dacht ik: is dat toch niet iets te gemakkelijk gezegd?

 

Nederland vind ik doorgaans nogal een keurig, geregeld, saai burgerlijk landje, prettig aangeharkt. Alles wat daar niet aan voldoet, wordt breed uitgemeten in kranten, talkshows en andere media. En als het even kan, volgen er dan Kamervragen, etc. 

 

Amsterdam gaat langzamerhand ook in die richting, helaas. In zijn geschiedenis door Russell Shorto ooit beschreven als ‘de meest vrijzinnig stad ter wereld’. Wat is daar nog van over? Meer en meer wordt Amsterdam een doorsnee Nederlandse stad. Gelukkig valt er nog wel net iets meer te beleven dan elders in het land. 

 

Wanneer je het verleden erbij haalt, blijkt er veel meer aan de hand dan de saai burgerlijke oppervlakte doet vermoeden. Zowel glorieus, als ook beladen.

 

Uit de brochure bij de expo in het Filmmuseum: 

‘In de tentoonstelling gaan elf kunstenaars in dialoog net Eye’s deelcollectie van zo’n 2000 koloniale films afkomstig uit voormalig bezette gebieden in Indonesië en Suriname. De kunstenaars, afkomstig uit diverse landen, deden twee jaar lang onderzoek naar de verzameling van deze vaak problematische beelden. Zij maakten tien nieuwe werken gebaseerd op deze films. Daarmee leggen ze koloniale structuren en praktijken bloot en bevragen ze de rol van film in het bestendigen van macht. Want wie had er in de koloniale maatschappij toegang tot de camera, en wie niet? Wat liet die camera zien, met welke bedoeling, en wat zien we niet op deze beelden?’

 

Heb niet alles kunnen zien; ik ga er nog een keer heen.

 

In een van de films die ik zag, zeiden geïnterviewden herhaaldelijk, op de vraag wat zij hadden geërfd van hun voorouders: moed, de kracht om te overleven, en ook inspiratie, met name spiritueel-religieus. Mooi om te horen, sterk in contrast met de filmbeelden waarin koloniale machtsverhoudingen baden in vanzelfsprekendheid.

 

Door wat ik hoorde en zag, vroeg ik mij af: wat doe ik eigenlijk met mijn verleden? Wie waren mijn voorouders? - voornamelijk boeren in Zuid-Holland, en dat al heel lang. Wat heb ik van hen geërfd? Ik heb het me zelden afgevraagd. Komt het erop aan mijn voorgeschiedenis te onderzoeken? Eigen familie? Breder? En zo ja, waartoe? 

 

Terug naar huis strandde ik in Keti Koti, in het Westerpark. Een culturele markt met eten, kunst, kleding, en muziek natuurlijk.  Door de tentoonstelling hoorde ik de muziek nu toch anders. Er klonk een hele geschiedenis in mee, slavernij met name, en de bevrijding ervan: ‘ketenen gebroken’.Heden en toekomst interesseren me meer dan het verleden. Tijdens mijn bezoek aan de tentoonstelling dacht ik: is dat toch niet iets te gemakkelijk gezegd?


 

dinsdag 9 juni 2026

Filosofieweek: AMOR FATI: LIEFDE VOOR HET LOT! (5 – 9 augustus 2026, ISVW, Leusden)

 .

Wat betekent het om te leven vanuit een diepe acceptatie van het leven? Kunnen we het hele leven omarmen: niet alleen de mooie kanten, maar ook de donkere, inclusief lijden, doodgaan, en vergankelijkheid van alles en iedereen? Wat voor levenshouding is daarvoor nodig?

 

In de moderne tijd zijn we eraan gewend geraakt dat we veel naar onze hand kunnen zetten. We menen macht te hebben over ons leven. Lot is zo goed als verdwenen uit ons denken. Voorkeuren en verlangens bepalen de dagelijkse `bril. De neiging bestaat het leven voorwaardelijk of selectief te benaderen, om alleen af te gaan op wat bevalt, en te vermijden wat niet bevalt. Maar hoe realistisch is deze wens? Is het lot echt verleden tijd?

 

Een optie is om onvoorwaardelijk het leven te beamen zoals het is, of minstens een poging daartoe te wagen. Waarom zouden we dat doen? En wanneer we dit doen, welke plaats krijgt dan lijden en ellende? Wat gebeurt er met hoop en het verlangen naar beter? 

 

En niet onbelangrijk: is het leven wel het liefhebben waard? Niet iedereen zal daar volmondig ja op zeggen. Wat zijn hun bezwaren?

 

In deze cursus onderzoeken we levensaanvaarding en het spanningsveld tussen werkelijkheid en idealen. We doen dit aan de hand van m.n. Aristoteles, Spinoza, Schopenhauer, Nietzsche, De Beauvoir, en Camus. Ook zullen we Oosters denken aan bod laten komen: Taoïsme en Boeddhisme. Hoe dachten zij over levensdoel, veranderingen, vriendschap sluiten met jezelf, lijden, verzet tegen je lot, levensvreugde en creativiteit?

 

De cursus heeft het karakter van een workshop. Naast inleidingen op de filosofen, zullen we teksten lezen en bespreken, en een koppeling maken met de eigen ervaring.

 

.

Docent: drs Dries Boele 
Organisatie: ISVW 

Plaats: Leusden

Wanneer: 5 t/m 9 augustus 2026
Voor meer informatieinfo@isvw.nl

Website/ inschrijvenhttps://isvw.nl/activiteit/amor-fati-liefde-voor-het-lot/

Tel: 033 - 4650700
Kosten: v.a. 1074,-

.