Levenskunst, filosofie & seculiere spiritualiteit/ Dries Boele

vrijdag 21 september 2007

db (vanaf 21 september)

21 september 2007

Vandaag jarig. Weinig werk van gemaakt. Net terug van vakantie. 49 geworden. Volgens Aristoteles de leeftijd waarop men de volle kracht van zijn geestelijke vermogens beleeft. Dit las ik enkele maanden geleden in een column van Roger-Pol Droit in Le Monde. Verrassend. Dat biedt perspectief! Bijna vijftig en dan pas op het toppunt van je kunnen, - volgens deze intellectuele gigant uit de Oudheid, wetenschapper-filosoof van het eerste uur. Daar lijkt men nu anders over te denken. Enfin, we zullen zien. Wie weet heeft het leven nog iets bijzonders in petto, zelfs na het uitrazen van jeugdige onvoorzienigheid. Kan bezonnenheid verrassen?

Besloten om de daad bij het woord te voegen, - al is dat in dit verband een vreemde uitdrukking. Niet mijn computer volschrijven voor privé-gebruik, zoals ik al jaren doe, maar schrijven om gelezen te worden, of minstens: daartoe in staat stellen. Een forse omkering. Laat ik aan de basis beginnen: dagboekaantekeningen. Heb niet de indruk dat die altijd even interessant zijn, maar goed, het helpt mij in ieder geval om een diep ingesleten gewoonte te veranderen. Uiteindelijk komt het aan op doen; een sprong in het handelen. Het inzicht dat het anders kan en ook moet is onvoldoende. Als het me lukt om dagboekaantekeningen publiekelijk te doen, althans voor een deel, dan volgt de rest vanzelf.
Voilà, jump!



22 september 2007

Na ruim 4 weken rust, ruimte en veel groen om me heen, is de grote stad een onstuimige aanslag op mijn zintuigen. En op mijn (voor)oordeel. Mensen, mensen, mensen, fietsen, auto’s, verkeersdrukte, winkels, reclame, borsten, billen, hoofddoeken, dikbuiken, studenten, toeristen, junkies, af en toe een kind, heel veel schoonheid, nog meer lelijkheid, parkeerwachters op scooters, veel kleuren, geuren en stank, en de nodige ergernis. In willekeurige volgorde en elkaar versterkend. Gisteren nauwelijks buiten geweest. Dagje bijkomen. Vandaag weer aan de slag. Op mijn werkadres ligt een stapel post en verplichtingen te wachten. En emails die ik niet langer kan negeren.

Het wordt tijd om het innemen van informatie te verminderen ten gunste van creativiteit. Productie. Iets teruggeven. Getransformeerd retour afzender. Ondertussen meer dan genoeg geconsumeerd & verteerd op welk gebied dan ook. Mijn neiging om te stoppen voor een krant of boek is er nog steeds, maar het kost niet veel moeite om toch door te fietsen. Het stoppen van een verslaving werkt alleen wanneer gemotiveerd door een ‘hoger’ doel, zo merk ik. Zoals mijn vriendin die subiet stopte met roken toen ze wist dat ze zwanger was. Misschien kan ik van output-schrijven een nieuwe verslaving maken. Ben benieuwd hoe veranderbaar ik überhaupt nog ben, na zoveel jaren ingesleten gewoontes. Met name wat betreft schrijven: zal het lukken om er een hoofdzaak van te maken en de gerichtheid 180 graden te draaien?

Nieuw soort schrift gekocht, plus een nieuw notitieboekje, - handig weg te steken in een of andere zak. Speciaal voor het schrijfwerk dat ik de komende tijd wens vol te houden. Soms helpen rituelen om iets in gang te zetten.



24 september 2007

Vandaag Harrie-dag. Hij is bezig met zijn ochtendslaapje. Gisteren pannenkoeken gegeten in Maartensdijk. Met familie van mijn vriendin. Gezellig, op een terras. Het weer was fantastisch: een late zomerdag met volop zon. Voor de kleine hadden we ook een pannenkoek besteld, maar hij had geen trek. Dat betekende: om beurten met hem rondsjouwen, van speeltuin naar schapen en paarden, en weer terug. Geen bezwaar, integendeel: bijzonder aangenaam.

Sinds enige tijd is mijn belangrijkste leermeester: Harrie, mijn kleine vent van ruim anderhalf. Leermeester, niet alleen in alledaagsheid, zorg en verantwoordelijkheid, maar ook in speels en eigenwijs leven, onderzoeken, verwondering, stilstaan bij het ongebruikelijke, of beter: ongebruikelijk stilstaan bij wat allang vanzelfsprekend is voor volwassenen. Zoals aandacht voor deurscharnieren, putdeksels en snoeren die men niet verborgen heeft weten te houden. Etc. Verzin het maar. Aangezien Harrie daarnaast alleen belangstelling heeft voor andere kindjes, dieren en auto’s (als verzamelwoord voor alles op wielen), herontdek ik een wereld. Zoals toen we enkele weken geleden rondstapten in het Museum voor Schone Kunsten in Nancy. Schilderijen bekijken op aanwezigheid van dieren en kinderen: dat is weer eens iets anders.
Het aaien van bomen en andere dingen, zoals keien, ijzeren palen en bloemen is een ander fenomeen. Ben zelf enigszins schuldig aan dit vermaak. Toen Harrie vatbaar bleek te worden voor woorden, leek het mij goed dat hij de dingen niet alleen zou kennen van zien, maar ook van voelen. Dus liet ik hem een boom aanraken en zei daarbij dat het een ‘boom’ was. Hetzelfde met bloemen (niet altijd even gezond voor de bloem in kwestie), water, dingen van steen, ijzer, etc. Het bleef echter niet bij een eerste kennismaking. Als ik een wandelingetje met hem maak, dan worden er steevast een aantal bomen, stenen, palen etc vergast op een aai.
Iets opmerkelijks nog: een kind blijk je niet te hoeven leren om te categoriseren; het is ongeveer het eerste wat hij doet! Bij Harrie staat ‘appel’ voor alles wat eetbaar is en lijkt op een appel, inclusief kiwis, sinasappels en meloen; fruit dus. ‘Auto’ staat voor alles op wielen, ook uiteenlopende dingen als een fiets, een grasmaaier of een trekker. Toen ik hem tijdens een fietstochtje in de Ecolonie in N.O.-Frankrijk duidelijk maakte wat een steen was aan de hand van een enorme kei, wees hij vervolgens spontaan en moeiteloos van alles aan dat van steen was. Okay, hij beschikt nog over weinig woorden, maar dan toch: de woorden die hij kent gebruikt ie op een algemene manier, afstemmend op een kenmerk die de dingen voor hem gemeenschappelijk hebben.
Ik weet niet waarom, maar het verbaast me. Had ik niet verwacht, deze piepjonge kunst van het veralgemenen.
Verrassend en even wennen was dat het enkele weken duurde voordat hij ‘papa’ en ‘mama’ aan de juiste persoon plakte. Niet alleen was ik tot voor kort net zo vaak ‘mama’ als ‘papa’, maar ook andere mannen werden ‘papa’ genoemd, zoals in de rij voor de kassa in de supermarkt, - hetgeen soms vermakelijke taferelen opleverde.

Nog iets dat me verwondert: het maakt niet uit of het ding echt is of afgebeeld. Een aap in Artis wordt even enthousiast begroet als een aap op foto, als tekening (hoe schematisch ook) of als plastic poppetje. De katten bij ons in huis heb ik nooit blijk zien geven van zoveel verbeeldingskracht. En dat terwijl Harrie die overgangen, tussen concreet en representatie, al maakte nog voordat hij de woorden kende. Kennelijk hangt het niet van taal af.
(Heb het idee dat allerlei postmoderne theorieën over taal en werkelijkheid tamelijk onzinnig worden wanneer je de taalontwikkeling van kinderen erbij haalt, en met name de tijd dat zij nog niet of nauwelijks over taal beschikken.)



25 september 2007

Vandaag zag ik een zwarte uitvaartkoets, stapvoets op de Middenweg. Ook de paarden waren helemaal in het zwart. Indrukwekkend. De dood kwam voorbij.
Ik moest terugdenken aan afgelopen zondag, toen we na de pannenkoeken ook langs oma Paula zijn gereden, jarenlang de oppasoma voor mijn vriendin en haar zusje. In Hilversum. Daar woont oma Paula nog steeds, in een bejaardenhuis. Reeds zeer oud. Tijdens onze vakantie had zij opnieuw een hartstilstand gehad, de zevende. Een lieve, aardige vrouw, die ons, telkens als we langskomen, de ene na de andere lekkernij wil laten eten. Als blijk van liefde.
Het contrast was enorm, tussen de piepjonge Harrie en levensmoede Paula. Ze wil niet naar het ziekenhuis, mocht er nog een keer iets gebeuren met haar hart. Als het afgelopen is, moet het maar zo zijn. Op de zomerpagina van haar verjaarskalender zag ik dat er van de 13 namen 10 waren doorgestreept. Veel van haar vrienden en bekenden waren overleden. Om een boek te lezen was haar concentratie van korte duur, zo zei ze. Ook tv kijken kon ze niet lang. En ondertussen liep Harrie daar jong en fris te zijn, onwetend over wat de jaren zullen brengen.
Als mens er echt genoeg van hebben, - dat is mogelijk. Lang genoeg geleefd hebben. En wat blijft er dan over?! Vergeelde foto’s en de herinnering van mensen die jou gekend hebben. Dat is veel en ook niet...



27 september 2007

Het barst van de nep. De nep van de reclame op straat en op tv. De nep van de retorica die men bezigt om iets te verkopen, van marktkoopman tot politicus. De nep van soaps en tv-series. Alles wordt extreem gemaakt, overdreven, of simpelweg irrealistisch voorgesteld. Ik zie hetzelfde mechanisme aan het werk in het nieuws: alle nuance wordt eruit gesneden, want dat ‘werkt niet’.
Meestal ga ik eraan voorbij, of accepteer gewoon dat de nep bij het leven hoort. Af en toe, echter, stoor ik me eraan. Zoals nu, nadat we terug zijn gekomen na twee-en-halve week verblijf in de Ecolonie (in Hennezel, Vogezen), een ‘veelzijdige ecologische gemeenschap’, zoals ze het zelf noemen. We zaten in een huisje aan de rand van een meertje omgeven door bos. Geen radio of tv, geen kranten of telefoon; zelfs de mobiel deed het niet (geen bereik). Het was even wennen, maar vervolgens: weldadige rust. Afwezigheid van externe prikkels. Terug in Amsterdam moet ik weer wennen aan de drukte en valt me op hoezeer de nep regeert.
Wil ik terug naar de Ecolonie, terug naar de prikkelloze zone? Nee, ik zou me er al snel gaan vervelen. Toch zou ik de nuance willen zoeken, de werkelijkheid ‘bevrijden’ uit de greep van media-extremisme, retorica en imago-politiek, op zoek naar het ‘echte’ leven.
Is dat niet een taak van filosofie? Is dat niet waar het om gaat in het ontwikkelen van praktische wijsheid (phronesis) en in het bevragen van gebeurtenissen en situaties op levensbetekenis?
Ik weet dat ik me hiermee op glad ijs begeef. Want, wat is het ‘echte’ leven? De nep van reclame, soaps en presentatie zijn immers deel van de dagelijkse werkelijkheid. Hoezo dan het ‘echte’ leven?
En is een vorm van nep niet onderdeel van alle levensprocessen? De schone schijn in de strijd om het voortbestaan bijvoorbeeld. De veren van een pauw, mannetjes die zich aantrekkelijk maken voor vrouwtjes (en andersom), de praal van haren, borsten en billen, bloemen die zich tooien met kleuren en geuren om insecten aan te trekken, etc, etc. Je zou ook kunnen beweren dat het leven één grote schijnvertoning is.
Toch zou ik als mens tamelijk ongelukkig worden wanneer ik het onderscheid niet zou maken en alle nep voor waar zou houden. Wanneer ik reclames zou geloven op hun woord, het nieuws klakkeloos zou accepteren als de waarheid, en alles wat op tv komt voor werkelijkheid zou houden. We worden geacht het allemaal met een korreltje zout te nemen.
Maar hoe zit het dan wel? Als we weten dat een politicus overdrijft of veel verzwijgt, media selectief zijn in wat zij voorschotelen, en reclames de zaak altijd te mooi voorstellen, wat is er dan ‘echt’ aan de hand? En waarin verschilt echt van nep? Als het niet gaat om wat zich voordoet, waar gaat het dan om? Geen simpele vragen.
Een filosofische opgave. Niet om op zoek te gaan naar het ‘wezen’ der verschijnselen, aangezien ‘wezen’ een heel wereldbeeld impliceert dat niet het mijne is (al was dat kennelijk ook zo’n poging om het ‘echte’ op te sporen). De werkelijkheid uiteen trekken in radicale dualismen zint me niet. Zoals ‘wezen’ versus ‘schijn’. Of een ‘ware werkelijkheid’ versus een ‘zintuiglijke werkelijkheid’. Het zijn denkluie oplossingen, net als de bewering dat alles illusie is of een ‘dans van maya’. In plaats van onzeker de nuance te zoeken in de beleving van de dagelijkse werkelijkheid, wordt alles op een hoop gegooid en gelabeld als ‘onwaar’, ‘niet-wezenlijk’ of ‘schijn’, met daartegenover een oplossing die louter in denken of verbeelding bestaat (zoals het rijk van de waarheid, of een of andere vorm van nirvana of hiernamaals).
Ik weet, over enkele dagen ben ik weer gewend aan het gelaagde leven van Amsterdam. Toch blijft de vraag naar dat andere van de nep. Minstens is het van belang er een houding toe te bepalen. Wanneer ik dat niet zou doen, zou ik vastlopen in mijn beleving: stress, ergernis of frustratie, opgefokt door de vervaging tussen ‘echt’ en nep.

4 reacties:

  • Op 24 september 2007 om 12:41 , Anonymous Anoniem zei...

    Waarom zou je op internet een dagboek bijhouden? Is dat niet eerder een privé-aangelegenheid?
    Arthur Schelvis

     
  • Op 30 september 2007 om 15:15 , Blogger Henk Minnaert (DB) zei...

    Beste Arthur,

    Wees gerust, ik zal niet al mijn privé-perikelen op het internet zetten. Ik beschouw deze schrijfsels niet zozeer als dagboekaantekeningen, als wel als notities n.a.v. het dagelijks leven. (Overigens wil ik daarnaast doorgaan met het onderzoek dat ik eerder ben opgestart, naar levenskunst en (seculiere) religie, en andere onderwerpen.)

    Het schrijven van deze notities is voor mij een experiment. Redenen voor het experiment:
    . Ik wil onderzoeken of het mogelijk is om schrijvend vanuit het alledaagse te filosoferen. Onder het motto: het leven geeft te denken. Met deze benadering ben ik vertrouwd in het Socratisch gesprek. Ik vraag me af of dat in schrijven ook kan. (Het zou een aardig criterium kunnen opleveren voor wat wel en niet te schrijven: zoals een ervaringsvoorbeeld in een Socratisch gesprek aan bepaalde voorwaarden moet voldoen om geschikt te zijn voor onderzoek, zo zou dat ook kunnen gelden voor het opvoeren van ervaringen in deze notities. Om privé-geleuter te voorkomen.)
    . Ik merk dat mijn tekstjes gemakkelijk in het algemene blijven hangen wanneer ik per se de persoonlijke ervaring en het alledaagse leven erbuiten houd. Alsof het denken dan zijn natuurlijke voeding mist. Maar hoe dan wel? Er is zoveel filosofisch geschrijf dat uitmunt in dorheid en levenloze cerebraliteit; ik heb geen behoefte om daar het mijne aan bij te dragen. Een reden om eens helemaal aan de andere kant van het spectrum te beginnen: in de wereld van de ervaring, - als vertrekpunt.
    . Met mijn blog-tekstjes wil ik een soort van filosofisch expressivisme bedrijven. Taylor introduceert de term ‘expressivisme’ als aanduiding voor het je uiten om er achter te komen wat je eigenlijk vindt. Authenticiteit en trouw zijn aan jezelf zijn mooie idealen, maar je moet er ook iets voor doen, nl jezelf tot uitdrukking brengen. Wanneer je in jezelf graaft vind je weinig duidelijkheid, tenzij je er vorm aan geeft en ermee naar buiten komt. Je ziet of hoort dan zelf wat je kennelijk vindt, als in een spiegel. En het heeft als voordeel dat er in interactie met anderen iets mee kan gebeuren: toetsing, erkenning, kritiek, etc.
    Ik zou dat expressivisme filosofisch willen inzetten. Wanneer er geen externe bronnen meer zijn voor morele en levensbeschouwelijke oriëntatie en ik aangewezen ben, in eerste en ook in laatste instantie, op mezelf, op eigen oordeelsvorming, dan is het belang om me te uiten, te communiceren, in dialoog te gaan, me te verantwoorden, en discussie en kritiek te verwelkomen. Voor mij is blog-schrijven een vorm van filosofisch expressivisme (veel directer en communicatiever dan een artikel of een boek) en dat probeer ik ook met deze notities.
    . Nog een geheel andere reden om blog-tekstjes te schrijven. Ik merk dat er zich door de jaren heen flink wat ‘wereld’ in mij heeft opgehoopt: ervaringen, invloeden, informatie, kennis, etc. Ik voel behoefte om mij te beginnen ontledigen: de wereld in mij transformeren en teruggeven, om mij ervan te ontdoen. Ik wil het een en ander kwijt. Ontlasten. Loslaten. Is het een streven naar zuiverheid of onthechting? Niet echt. Eerder een opruiming van mijn gemoed, en misschien ook wel om uit te komen op enkele houdbare gedachten. En om ruimte te maken voor iets nieuws.
    . Tenslotte bieden deze notities de gelegenheid tot tastend denken. Een soort schetsboek.
    . En de lol van het schrijven, natuurlijk!

    Voilà, enkele redenen voor het publiek maken van deze notities. Als uitbreiding van het pakket schrijfsels dat ik op deze weblog wil zetten, -mijn experimenteertuin.

     
  • Op 13 oktober 2007 om 20:51 , Anonymous Anoniem zei...

    Wat bedoel je met te zeggen dat de taalontwikkeling van kinderen laat zien dat postmoderne theorieën over taal en werkelijkheid niet kloppen?
    Selma

     
  • Op 18 oktober 2007 om 12:45 , Blogger Henk Minnaert (DB) zei...

    In theorieën als die van Derrida wordt alles opgehangen aan taal. Zoals een van zijn beroemde citaten stelt: ‘Il n’y a pas de hors-texte’ (Er is niets buiten de tekst). Nu zou je taal en tekst kunnen uitbreiden naar het buiten-woordelijke. Het zou betekenen dat de ‘betekenis’ die een hond en een muis voor een kat hebben ook ‘tekst’ is. Ik heb echter geen aanwijzingen dat Derrida c.s. zo ver wil gaan. (Bovendien zou de betekenis van ‘tekst’ dan zo worden opgerekt dat het nietszeggend wordt.) Hij focust op de vraag hoe iets betekenis voor ons krijgt, en wijst daarbij op het belang van de context.
    Nu weet ik ook wel dat wij mensen op een gegeven moment nauwelijks nog iets kunnen zien, horen of meemaken zonder dat gebeuren talig, d.w.z. in woorden te duiden, en dat die woorden niet op zichzelf staan maar functioneren in en voor hun betekenis afhankelijk zijn van context (als netwerk van betekenissen), maar dat betekent nog niet dat er voor ons slechts dát bestaat wat we ook talig kunnen duiden. Iedereen kent de momenten dat je iets voelt of aanvoelt en er nog geen woorden voor hebt. Je zoekt naar woorden om te kunnen articuleren wat je wel al voelt. Betekent het dat zo’n gevoel niet bestaat zolang ik er nog geen woorden voor heb?
    We zouden een gevangene zijn van taal, en er niet buiten kunnen, maar is dat zo? Hoeveel van wat we beleven brengen we onder woorden? Zou dat betekenen dat we de rest niet meemaken (zoals een computer die slechts ‘meemaakt’ wat ik via een toetsenbord laat gebeuren, terwijl hij verder alles mist wat er om hem heen of met hem gebeurt)?
    Volgens mij overschatten we de rol van taal wanneer we haar tot alfa en omega maken van onze beleving. En heel kleine kinderen laten zien dat ze al van alles beleven ook al hebben ze daar nog helemaal niet de taal voor. Natuurlijk, de mogelijkheden worden voor kinderen enorm uitgebreid zodra ze woordjes gaan begrijpen en spreken. Met name het vermogen tot verwijzen en herinneren neemt daarmee toe. Maar dit betekent niet dat ze dan pas iets beleven.
    We zijn meer dan we denken: daarvoor lijkt weinig aandacht bij taalfilosofen als Derrida. Er gebeurt wat je wel vaker ziet in filosofie: een invalshoek (in dit geval de contextualiteit van betekenis) wordt verabsoluteerd. Het zou mooi zijn als ook filosofen blijk zouden geven van enige zelfrelativering.

     

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage