Levenskunst, filosofie & seculiere spiritualiteit/ Dries Boele

vrijdag 3 juli 2026

Het moderne ik: kritisch, creatief en onbewust. Enkele notities

.

Wie zijn wij? Wat voor Ik domineert in het beeld dat wij van onszelf hebben? En wat betekent het voor menswording?

 

De emergentie van de moderne subjectiviteit – Descartes, Kant – is een gebeuren dat qua levensbetekenis nauwelijks valt te overschatten. Zij heeft ongekende gevolgen gehad. Met name: in het ontstaan en cultiveren van het kritische en creatieve ik. (Niet dat andere aspecten – zoals het sociale Ik – onbelangrijk zijn, maar zij zijn niet kenmerkend voor de zelfervaring van de moderne mens.)

 

Het is niet overdreven om te stellen dat het kritische en creatieve Ik in premoderne tijden niet hoog op de culturele agenda stond, noch dat het gestimuleerd werd. Als het zich al manifesteerde, dan werd er niet de waarde aan gehecht die wij er ondertussen wel aan hechten. (En op tal van plekken buiten het Westen lijkt dat nog steeds het geval.)

 

De moderne subjectiviteit-in-wording heeft veel overhoopgehaald, en nog steeds. Dat geldt voor filosofie en voor tal van andere cultuurdomeinen: van de kunsten tot en met religie en spiritualiteit. Ook economie en het politieke leven (in brede zin) zijn erdoor getransformeerd, om maar te zwijgen over moderne media.

 

In ons deel van de wereld is het kritische en creatieve Ik dagelijks brood geworden. Een cultureel gebod: gij zult kritisch en creatief zijn. Misschien dat niet iedereen naar dit gebod leeft, maar we hebben er wel weet van, als maatstaf of als ideaal.

 

Vraag is of het potentieel van de moderne subjectiviteit voluit wordt aangesproken wanneer we ons focussen op het kritische en creatieve Ik.

 

Wie met enige afstand naar onze (Westerse) situatie zou kijken vanuit cultureel-historisch perspectief, zou een derde aspect ontwaren, ook al lijkt het een leven apart te leiden, namelijk: aandacht voor het onbewuste.

 

Het onbewuste, als dimensie van het menselijk functioneren, wordt onderwerp van (zelf)onderzoek in dezelfde tijd als dat het kritische en creatieve Ik zich cultureel breed ging maken, met name in de 19de eeuw. (Om er enkele namen aan te hangen, denk aan Schelling en Schopenhauer, en later Freud, Jung en Lacan. En in de kunsten het surrealisme en het horror-genre.)

 

Wat betekent het dat zowel het kritische en creatieve Ik, als ook het onbewuste tot het culturele landschap zijn gaan behoren? En: is er een verband? Heeft het een met het andere te maken?

 

Menen dat het kritische en creatieve Ik het onbewuste heeft voorgebracht, is te veel gezegd. Voordien was het onbewuste wellicht niet afwezig, maar het bleef beneden de aandachtsdrempel. Het was geen thema. Sinds de 19de eeuw is dat wel het geval. Hoe komt dat?

 

Andere optie zou kunnen zijn dat het kritische en creatieve Ik de vanzelfsprekendheid van ons zelfbeeld dermate heeft verstoord dat het onbewuste zich is gaan roeren en de aandacht op zich is gaan vestigen, zoals een schaduw die pas gaat opvallen wanneer iets in het volle licht komt te staan.

 

Hoe het ook zij, beide zijn nu aan de orde van de dag, ook al verkeren ze vaak niet in hetzelfde kamp. In filosofie, bijvoorbeeld, is de aandacht voor het onbewuste nog steeds marginaal. Het wordt als onderwerp vooral aan psychologie en meer nog aan de psychoanalyse gelaten. Terecht?

 

Wanneer we het onbewuste serieus nemen als onderdeel van de menselijke zelfervaring, duiken er enkele vragen op.

 

Over wat voor mens hebben we het, wanneer we erkennen dat ook het onbewuste meedoet?  We blijken méér te zijn dan denkende organismen. En als ik méér ben dan ik denk, hoe dat ‘meer’ dan mee te nemen in de opvatting over onszelf, over menszijn?

 

En in het verlengde hiervan: over wat voor werkelijkheid hebben we het eigenlijk als zij niet voluit kenbaar is? Kun je dan nog beweren dat alleen dát werkelijk (voor ons) is wat helder en onderscheiden gedacht kan worden? 

 

Het lijkt me moeilijk vol te houden om te (blijven) menen dat alle werkelijkheid redelijk is, noch dat denkbaarheid voldoende is, willen we de geleefde werkelijkheid recht doen.

 

Anders gezegd: als een substantieel deel van ons functioneren onbewust is, hoe kunnen we dan menen dat we onszelf en daarmee de hele werkelijkheid kunnen kennen? Of: dat het voldoende is om ons te beperken tot wat kenbaar is?

 

Wil filosofie, opgevat als wijsbegeerte, wijzer worden over menszijn, over in-de-wereld-zijn en over het bestaan-in-het-groot en onze plaats erin, dan zal zij zich er iets van moeten aantrekken dat een fors deel van onze zelfbeleving (en daarmee van de werkelijkheid) zich onttrekt aan discursief denken. 

 

Vraag wordt dan: hoe aandacht te besteden aan het onbewuste als deel van de beleving van onszelf en van de werkelijkheid? En hoe dit te laten samengaan met het kritische en creatieve Ik?

 

En om het naar een ethisch niveau te tillen: wat zou er gebeuren als iedereen zich zou ontwikkelen volgens het principe van moderne subjectiviteit in brede zin: niet alleen kritisch en creatief, maar ook met aandacht voor het onbewuste?

 

0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage