Levenskunst, filosofie & seculiere spiritualiteit/ Dries Boele

woensdag 3 juni 2026

In het zicht van de dood (8): Urn

.

Een week geleden hebben we de urn met as van mijn geliefde bijgezet op de begraafplaats, niet ver van de hospice waar ze is overleden.

Het was een gedenkwaardige gebeurtenis en tegelijk bevreemdend.

We waren met een klein groepje: haar directe familie en ik.

Het was een zonnige dag.

Vanuit het gebouw waarin ook de aula is, werd de urn naar de daarvoor bestemde plek op de begraafplaats gebracht. 

Mij werd gevraagd of ik de urn wilde dragen. Dat heb ik gedaan.

De urn was niet heel licht, noch zwaar. Een paar kilo.


Het voelde heel vreemd om de urn te dragen met daarin de as van Jaël, vooral omdat ik er zo goed als niets bij voelde. As. Alsof er helemaal niets van mijn geliefde over was. In ieder geval niets herkenbaars, of niet iets dat mij aan haar doet denken, behalve as.

Op de begraafplaats realiseerde ik me het grote verschil met een graf. Ik had er al eerder aan gedacht, maar nu voelde het heel sterk. 

Na overlijden ligt in een kist het lijk van de overledene. Het ‘stoffelijk overschot’, zoals dat heet. In eerste instantie nog herkenbaar: het lijk dat ligt opgebaard tijdens de begrafenisplechtigheid in de aula is dat van de overledene. 

Ook toen wist ik: het lijk is niet meer mijn geliefde Jaël. Het leven is eruit. Haar unieke leven. Maar het lijk dat ik toen zag, deed nog wel sterk denken aan de Jaël die ik in levenden lijve heb gekend. Wat ik zag riep herinneringen op, herinneringen aan toen zij nog leefde.

Een graf is een soort voortzetting van deze combinatie: wetend dat er een lijk ligt, in een kist, onder de grond, komen er herinneringen op. Weten dat het lijk er ligt is voldoende, ja versterkt het zich herinneren van de geliefde.

Met as in een urn is de situatie volkomen anders, - althans, dat was mijn ervaring. Alsof er geen aanhechtplaats meer is. Alsof er geen plek meer is waar mijn herinneringen kunnen aanmeren. Alsof een grote verdamping heeft plaatsgevonden. 

En inderdaad, er is zelfs geen lijk meer dat zelf herinnering is van het levende lijf eerder.

Zoals het ‘stoffelijk overschot’ langzaam zou zijn verteerd en weer opgenomen in de cyclus van de tastbare en alsmaar veranderende natuur, zo zou ook de herinnering aan de geliefde langzaamaan vervagen en plaats maken voor nieuw leven. Beide sterven weg.

Bij een urn met as is dat niet zo, - althans, zo ervaar ik het. Ik moet herinneringen ophalen zonder dat er nog een connectie is die daartoe uitnodigt.


Herinneringen aan mijn geliefde Jaël komen nog steeds op, vrijwel dagelijks. Soms heel heftig, als een groot gemis dat mijn leven een stuk kaler heeft gemaakt. Ja, als een diepe wond die nog niet geheeld is. Vaak ook voelt het als een schrijnende pijn op de achtergrond, ver genoeg om me er niet dagelijks door overmand te voelen, maar tegelijk latent genoeg om op te laaien als er zich iets voordoet wat me aan haar doet denken. Zoals de winkel waar ze werkte. Of bioscopen waar we vaak naartoe gingen. Restaurants.

Het leven gaat door, inderdaad.

Na de dood van Jaël heb ik mezelf een soort van mini-retraite gegund. Om bij te komen. Om te verwerken. Om terug te denken aan wat er het afgelopen jaar is gebeurd. (Een jaar geleden rond deze tijd was er eigenlijk nog niets aan de hand.) En om mij te bezinnen op hoe verder.


Vorige week, ongeveer honderd dagen na het overlijden van mijn geliefde, was het bijzetten van de urn met de as. Het was een gedenkwaardig moment. 

Heel fijn om haar familie weer te hebben gezien. Fijn ook om herinneringen te hebben opgehaald, onder andere aan de hand van brieven en andere post van jaren geleden die mijn geliefde had bewaard.

Mijn herinneringen aan haar zal ik blijven koesteren, - niet alleen de tijd met haar toen zij ziek werd en alsmaar zieker, het afgelopen jaar, maar heel onze tijd samen. Ik kan niet anders zeggen dan dat ik heel erg blij ben dat zij in mijn leven is geweest. Veel te kort, helaas, maar toch.

Het was de wens van mijn lieverd om gecremeerd te worden, en ik respecteer die wens volkomen. Toch vind ik het jammer dat ik haar niet bij een graf kan gedenken.

Hoe dan ook, ook zonder urn zal ik aan haar blijven denken, met weemoed en in liefdevolle herinnering. 


Zal ik mij ooit laten cremeren? Lange tijd kon het wat mij betreft allebei. Begraven of cremeren: ik had geen speciale voorkeur. Door wat het bijzetten van de urn met mij deed, geef ik nu toch de voorkeur aan begraven, en wel om intimi en andere mensen die mij hebben gekend langzaam te laten wennen aan mijn verdwijning, mochten er herinneringen overblijven die onzichtbaar te koppelen zijn aan een langzaam verterend lijk onder de grond. 

0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage